|
~ Uw dagelijkse dosis wielernieuws ~ |
|
DE NUMMER 1 IN WIELRENNEN - Sinds 2007 - LADIESCYCLING - CYCLINGNEWS.NU |
|
|
|
Schrijfsels uit liefde voor de sport |
Column - Karl Vannieuwkerke |
| |
|
Halszaak
(30/09/2010) -
Antiek
(01/10/2010) -
Bodemloos
(09/10/2010) -
Vlaming of Waal
(16/10/2010) -
Winterkoninkje
(29/11/2010) -
Flashback
(26/12/2010) -
Sliepuit
- 2011:
(09/01) -
Herakles
(16/01) -
Barcelona
(30/01) -
Lieve pap
(20/02) -
Sportmanship
(27/02) -
Der Tony
(13/03) -
San Remo
(19/03) -
The Blues
(20/03) -
Vai Pippo
(27/03) -
Superman
(03/04) -
Bert & Staf
(10/04) -
Brazilian Wax
(24/04) -
Wouter
(10/05) -
Open briefje aan
Stijn Devolder (29/05) -
Gitsberg
(26/06) -
Domme Coureur
(31/07) -
Wallstreet
(18/09) -
49,170 km/u
(25/09) -
Rain Man
(07/11) 2012:
-
Zum Kotzen
(08/01) -
Discotheek
(29/01) -
Hij is terug! (Of
toch niet?) (26/02) -
Klassiek werk
(04/03) -
Allez, Eddy!
(18/03) -
Tricolore
(25/03) -
Dandy met
Flandrienallures (08/04) -
Tom & Thomas
(15/04) -
Herning
(06/05)
| |
| HERNING -Mei 2047. Opa Mark Cavendish kijkt met één van zijn kleinkinderen op schoot naar de Ronde van Italië. De 9-jarige zoon van Delilah Grace staart met grote ogen naar zijn grootvader als die aan een opsomming begint: “Twee ritten in 2008, vier in 2009, drie in 2011, twee in 2012…” Het knaapje is nieuwsgierig: “Where was that, granddad?” “In Herning en Horsens!”, pocht grootvader. Het kind lacht en denkt dat er iets is mis is met het geheugen van de ouwe: “Etappes in de Ronde van Denemarken bedoel je allicht, opa?!” e Giro 2012 is dus van start gegaan in Scandinavië. Drie dagen koersen en dan een rustdag. Idioterie. Dat Gent-Wevelgem start in Deinze, Parijs-Roubaix dat doet in Compiègne en de Tour af en toe eens een grens oversteekt. Daar kunnen we nog mee | |
|
leven. Maar dat de Ronde van Italië naar Denemarken trekt, die van Spanje een paar jaar geleden in Nederland van start ging en dat in 2015 allicht nog eens doet én dat de Ronde van Frankrijk een Grand Départ in New York of Qatar overweegt, catalogeren we onder de noemer respectloze on- en waanzin. De leegte in het hoofd van organisatoren is groot. De hypocrisie nog groter. Het verketteren van dopingzondaars is hun specialiteit. Maar als de afweging moet worden gemaakt tussen extra-inkomsten en het welzijn van de renners wordt vlot voor het eerste gekozen. Panem et circenses, brood en spelen. Het moderne wielrennen evolueert al jaren in die richting. We maken ons geen illusies meer. Hoe verklaar je anders dat ze het peloton nu al na drie dagen op een vliegtuig zetten en een dag gedwongen rust opleggen? Het kan overigens niet anders, want het voetvolk moet in Italië geraken. Mecaniciens, verzorgers, journalisten,… Ze worden na de ritaankomst in Horsens voor een rit van 1475 kilometer de snelweg naar Verona opgejaagd. Belachelijk en gevaarlijk. De renners zelf zitten daarna twaalf dagen onafgebroken op een fiets alvorens nog eens een dag te kunnen rusten. Recupereren uitgesloten. Een regelrechte aanslag op het keurgild der gekromde ruggen.
Het ergste is dat de Giro die uitstap naar Denemarken niet nodig heeft, zelfs niet verdient. Integendeel. Het is een devaluatie van het aanzien van de misschien wel mooiste grote ronde op de wielerkalender. Nergens in Europa is het unieker koersen dan in Italië. Overal waar ze komen, bollen renners over vers asfalt en worden ze als koningen onthaald. Kleine, gezellige dorpen versierd met grote roze strikken. Dat is de Ronde van Italië! Uit protest weiger ik de eerste drie dagen te kijken. Ik kies voor snooker. Vanaf woensdag, als de Giro echt begint, luister ik met plezier naar de collega’s. Nu even niet. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) Tom & Thomas -Soleren op een fiets is de ultieme oefening in eenzaamheid. Behalve als je alleen naar de aankomst rijdt en weet dat alle anderen vergeefse moeite doen om je terug te halen. Als renner is het het mooiste wat er bestaat. Mentaal en fysiek overwicht samengebald in één inspanning. De werkwoorden genieten en afzien als getrouwd koppel. Voor de occasionele koersvolger is er weinig aan. De spanning wordt te snel uit de wedstrijd gedistilleerd. Er hangt bovendien subjectiviteit aan de beleving van een solonummer. In Frankrijk, Spanje, Nederland en Italië heerste ontgoocheling toen bleek dat Tom Boonen op weg naar de velodroom in Roubaix niet meer zou worden bijgehaald. Datzelfde gevoel overviel ons en de rest van Europa min Frankrijk) toen woensdag snel (duidelijk werd dat Thomas Voeckler de Brabantse Pijl naar zijn hand zou zetten. Individuele inspanningen zijn saai. Of niet? Ik hou het bij het laatste. Projectie in het hoofd van de aanvaller-met-dienst helpt. Wat zou er in die mens omgaan? Bij Tom wist ik het niet. Hij ging diep, maar moet het al snel hebben geweten: ‘Mij zien ze niet meer terug!’ Dat hij op dat moment aan zijn ouders en aan Lore dacht. Ik kwam er niet op. Aan de sceptici. Dat wel. Kus allemaal mijn edele delen. In elke mens zit toch een beetje revanchist. Het klonk in geen enkel interview door. Tom had ruim een uur de tijd gehad om er over na te denken en de (af)rekening al gemaakt onder het fietsen. Zijn inspanning was krachtig, maar sereen. Hij perste het uiterste uit zijn verwrongen ledematen en genoot ingetogen. Geen tierlantijntjes. Geen overdreven pathetische gebaren, geen engeltjes uit achterzakjes, geen smoelenwerk. Eén keer een vinger naar de camera: ‘Voor jou, Lore!’ en dan nog eens vier voor het aantal overwinningen in Roubaix. Het grootste geluk diep van binnen gesavoureerd. Thomas Voeckler deed het opzichtiger, dacht aan de samenstellers van de jaaroverzichten. Eens zijn voorsprong de halve minuut had bereikt, ging de mond niet meer dicht. Zijn tong maakte bochten als op een achtbaan. De focus lag op de duur meer op de mimiek dan op de prestatie. Hij was alleen nog bezig met de camera. Solo’s op de fiets. Ze bestaan in diverse vormen. Geen wonder dat het in de Tour van een paar jaar al eens botste tussen Tom en Thomas. Wat voor de ene een klap is, is voor de andere een aai. Maar de prestaties zijn allebei uitzonderlijk. Boonen en Voeckler zijn uitstekende renners. En wat maakt het dan uit of tegenstanders tot de eerste, tweede of derde klasse behoren. Tom en Thomas gaan er graag voor. Antipoden van Joop, gulzig in de inspanning, miniem in het profitariaat. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) DANDY MET FLANDRIENALLURES - Ik begin te beseffen waarom Filippo Pozzato de voorbije jaren koerste als een bumperklever. Het was van niet beter kunnen. Etter eersteklas uit noodzaak. Pozzato verdiende te veel geld en demonstreerde te weinig liefde voor zijn vak. Volgevreten vedette. Maar wel met een overschot aan talent. Dat liet hem toe om af en toe zijn wagon aan te haken. Meer niet. Daar is – gelukkig! – verandering in gekomen. Door omstandigheden. Afgezakt van een World Tour ploeg naar een Pro Continentaal team. Het loon misschien wel gehalveerd, de ster zeker tanend. Een situatie waarin het eergevoel en de karaktersterkte van een mens worden aangesproken. Pozzato toont zich van zijn mooiste kant. Met een gebroken sleutelbeen begin februari in de Ronde van Qatar leek zijn voorjaar gecompromitteerd, maar hij dacht vijf minuten later alleen nog aan twee wedstrijden: Vlaanderen en Roubaix.Op zondag geopereerd, op dinsdag op de rollen en een dag later al trainend op de weg. De conditiecurve nauwelijks verstoord door de breuk. Filippo Pozzato, dandy met Flandrienallures. Wie had dat nog gedacht? ‘Te mooi om te koersen’, werd toch altijd beweerd. Had je me een jaar geleden gevraagd of ik Pozzato – na zijn Milaan-Sanremo van 2006 – nog een klassieke zege gunde, had ik je gek verklaard. Nu niet meer. Van mij mag de Italiaan Parijs-Roubaix winnen. Een compensatiepremie voor de gedemonstreerde moed. Postuum eerbetoon aan Franco Ballerini ook. Pippo koerst vandaag met de beeltenis van zijn voormalige bondscoach en vriend op de helm. Met de benen van vorige week wint hij nu wel. Excuus aan de fans van Boonen, maar Pozzato was de sterkste man in de Ronde van Vlaanderen. De manier waarop hij op de Oude Kwaremont naar Ballan reed, was de inspanning van de koers. Een indrukwekkend snel afgeronde zoektocht naar een landgenoot. Van een vermeende Italiaanse coalitie was geen sprake. ‘Ballan en Pozzato komen al een hele tijd niet meer overeen’, wist Nick Nuyens me onmiddellijk te vertellen. Geklopt in een spurt met Boonen, maar nauwelijks ontgoocheld. Dat verbaasde me wel. Verstrengeld in een omhelzing met je eigen killer na de streep, lachend op het podium en aaibare spraakwaterval in de studio twintig minuten later. Vreemd. Ik heb er hun stuur letterlijk in twee stukken zien bijten toen ze verloren. Anderen verschrompelden tegen een dranghekken. Pozzato verzoende zich zondag iets te gemakkelijk met de nederlaag. De waarde van winst in de Ronde van Vlaanderen drong pas later door. Naar eigen zeggen heeft hij er een paar dagen mee gezeten. Daarom denk ik dat hij vandaag de 110e editie van Parijs-Roubaix wint. Als hij dat wil uiteraard. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.)TRICOLORE - Het deed pijn aan de ogen. Ongeloof, plaatsvervangende schaamte en zelfs medelijden overvielen me. In die volgorde. Ik gedroeg me vrijdag tijdens de E3 Harelbeke op de motor als spotter. De ogen aangezogen door de Belgische kampioenentrui. De opdracht bestond erin om uit te vissen of het met Philippe Gilbert nog in orde komt voor de Ardennenweek. Ik vrees ervoor, denk zelfs van niet. Er is nood aan een klein mirakel. En laat ze daar nu net in de koers heel spaarzaam mee omspringen. Het bemoedigende vertoon van een week eerder in Milaan-Sanremo werd vrijdag in een oogwenk weggeveegd. Phil zakte door het peloton op de Stationsberg(!), veredeld vals plat na 140 kilometer. Een afstand die hij normaal koerst op één pannenkoek met bruine suiker. Nu waren het misselijk makende kilometers. Driekwart van het peloton beter dan hem. Volgers constateerden ontreddering in zijn uitgebluste ogen. Hij wilde beter, maar kon niet. We schoven de sportman van het jaar voorbij lang voor hij zwalpend de Taaienberg naar boven zou fietsen. De plek waar Tom Boonen gedurende 30 seconden gemiddeld 1000 watt ontwikkelde en een volledig peloton uit de wielen reed. De man die een jaar eerder troonsafstand had gedaan verdreef het alfamannetje opnieuw uit zijn roedel. In de sport sleep je vergankelijkheid mee in het kielzog van de roem. Dat weet Gilbert nu ook. Hij twijfelde al voor de wedstrijd aan zijn capaciteiten. Op een persconferentie beweerde hij het tegendeel, maar zijn nerveuze slalom naar het startpodium straalde onrust uit. De Belgische kampioen negeerde eerst een man die hem naar een groepje rolstoelpatiënten wou loodsen voor een foto (verzoek waar Cancellara luttele minuten eerder met de glimlach op inging), bleef in het obligate podiuminterview steken bij een paar nietszeggende woorden en ontweek alle kruisende blikken op weg naar de startzone. Het voorspel van de afgang. Philippe Gilbert zal de komende weken ervaren waar zijn echte fans zitten. Wie afhaakt, is een scorebordsupporter. Wie trouw blijft, wordt dit jaar nog beloond. Het gaat hier om een eergevoelige Ardennees. Revanchist ook. De drang naar een grote zege laat zich zo snel niet kooien. Er komt nog een periode waarin zijn lichaam doof zal zijn voor de protesten van de vermoeidheid. Een Olympische titel of een regenboogtrui redden moeiteloos een wielerjaar, kleuren in veel gevallen een volledige carrière. Londen en Valkenburg zijn dit jaar wielerhoofdsteden, Harelbeke en Wevelgem niet meer dan gezellige provincienesten. Philippe Gilbert wint vandaag niet…tenzij hij met onze edele delen aan het rammelen is. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) ALLEZ, EDDY! - In de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen verschijnt volgende week maandag de wielerfilm ‘Allez, Eddy!’. Het elfjarig wielertalentje Freddy, zoon van een slager in een idyllisch dorpje in niemandsland, koestert de droom om in de voetsporen van het grote idool, Eddy Merckx, te treden. Herkenbaar verhaal. Kinderen en dromen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toen ik vrijdag om elf uur in de vertrekhal van de luchthaven van Zaventem stond en een minuut stilte alle aanwezige mensen van zeer uiteenlopende nationaliteiten eensklaps verbond, dachten velen ongetwijfeld aan de verloren dromen van onschuldige kinderen: brandweerman, piloot, minister, advocaat, ijsjesventer, voetballer of wielrenner. Alle opties zie ik verschijnen in de vriendenboekjes van zoon J. en dochter M.. Na een vlucht naar Nice kom je uiteindelijk aan in Sanremo en zie je de fontein. Armtierig ding met grote symbolische waarde. We prijzen ons gelukkig. Ze spuit water en dat is lang niet elk jaar zo. In een week als deze ben je beschaamd dat je terug tot de orde van de dag komt. Maar het is niet anders. Ik betrap me zelf erop dat het schamele waterspektakel een bron van nostalgie en misschien ook wel grote-mensen-dromen vormt. Een paar honderden meters verder triomfeerde Eddy Merckx zeven keer. Geen wilde wens, maar ruige realiteit. Iedereen die met een fiets rijdt, zou dit wel eens willen proeven. Het gelukzalige gevoel om alleen over de streep te rijden in een topklassieker. Merckx zette in Europa hele generaties tot fantaseren aan en doet dat nog steeds. Maar ook Down Under? Zou Simon Gerrans in Australische poëziealbums “coureur” als jongensdroom hebben ingevuld? Ik durf het betwijfelen. Australisch voetbal, golf en surfen zullen hem als kind aan het fantaseren hebben gezet. Maar hij werd wielrenner en wint net als Matthew Goss (vorig jaar de beste) Milaan-Sanremo. Dat deed in 101 edities geen enkele Australiër hen voor. Ik moet toegeven dat ik ontgoocheld was dat hij en niet Fabian Cancellara won. De Zwitser veruit de beste, de Australiër ook zeer goed en met voorsprong de slimste. Pokeren maakt ook deel uit van de koers, taktisch vernuft is soms belangrijker dan een stel superbenen. Milaan-Sanremo wordt bijgeschreven op een erelijst, de trofee verdwijnt in een kast met in het beste geval glazen deuren. Het was een genoegen en een privilege om alweer een klassieker mee van commentaar te hebben mogen voorzien. En straks is het wel weer ergens koers. Maar vanmiddag mag ik naar het schoolfeest van mijn kinderen in de dorpsschool van Beerst en daar heb ik zelden zo naar uitgekeken. Een groter voorrecht bestaat er niet. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) KLASSIEK WERK - Zin om de Strade Bianche van commentaar te voorzien?’, vraagt eindredacteur Thomas S. me een dikke maand geleden aan de telefoon. De RAI biedt voor het eerst rechtstreekse beelden aan van de nog jonge wedstrijd over de Toscaanse witte wegen en wij gaan ze overnemen. ‘Uiteraard!’, repliceer ik aan de telefoon. ‘We gaan het wel vanuit Brussel doen’, voegt hij er aan toe. ‘Godverdomme!‘, is het enige wat ik nog over mijn lippen krijg. Een citytrip naar Siena door de neus geboord. De wedstrijd over het Toscaanse sterrato (onverhard) is voor het eerst verreden in 2007, maar is nauwelijks nog weg te denken van de kalender. Op vijf jaar tijd geboetseerd tot een klassieker. De grote specialisten van het eendagswerk fantaseren van winst. Na zes jaar staan Philippe Gilbert en Fabian Cancellara (sinds gisteren al twee keer) op de erelijst. De natte droom van elke organisator. De kracht van de Strade Bianche? Elegantie, schoonheid en lijden in één beeld te vangen. Samen vormen ze de umami van de koers. Een betere smaak is niet te creëren. Wereldtoppers, dromerige landschappen doorsneden door stofferige zandwegen afgezoomd met cipressen en een aankomst op de Piazza del Campo in Siena, één van de mooiste pleinen van Italië. De kracht van het decor is belangrijk bij de creatie van een klassiek werk. ‘Ik waan me hier in Letland’, zei Mart Smeets vorige week in Kuurne. ‘De lelijkheid van deze straat is niet onder woorden te brengen.’ En daar hebben wel meer wedstrijden mee te kampen: de Hallebaan in Meerbeke, een invalsweg naar Oudenaarde, de Vanackerestraat in Wevelgem of een grijze achterbuurt van Ans. Tot de verbeelding spreken doen ze niet. De koersen bij ons hebben hun statuut verdiend met geduld. Een proces waar de Strade Bianche aan ontsnapt. Een maand later op de kalender is deze koers onmiddellijk World Tour waard. Perfect inpasbaar in de rij: Oudenaarde, Roubaix, Siena. Netjes verdeeld over drie landen met een wielercultuur. Maar dat gaat dan ten koste van een wedstrijd bij ons. We zullen het idee maar laten rusten. Fabian Cancellara toonde gisteren dat hij opnieuw klaar is voor het grote werk. Wie de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix wil winnen zal voorbij de Zwitser moeten. Meester van de timing, onevenaarbaar in de eenzame inspanning en de overmoed in de Ronde van Vlaanderen van vorig jaar als belangrijke les in de achterzak. Ondertussen hebben we de Strade Bianche in kalligrafische gouden letters bijgeschreven op zijn toch al indrukwekkende erelijst. Wie voor het scherm zat, kan het zich niet hebben beklaagd. Milaan-Sanremo wordt niet mooier, maar staat wel nog altijd beter. Voorlopig toch. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) HIJ IS TERUG! (OF TOCH NIET?) - Het inschatten van de fysieke en mentale paraatheid van Tom Boonen. Het is al een paar jaar een vast ritueel tijdens donkere wintermaanden. Is hij opnieuw even sterk als in 2005 en 2006? Brandende vraag, voer voor veel speculaties. Welles-nietes aan de toog, op redacties en obscure fora. Beeldvorming gebaseerd op geruchten, deductie en zintuiglijke waarnemingen. Hoe vaak is hij gesignaleerd in het nachtleven van Mol en wijde omgeving? Hoeveel ritten en op welke manier wint hij die in wedstrijden waar volgens Roger De Vlaeminck enkel bergaf wordt gereden? Vertoont zijn silhouet opnieuw de contouren van een luipaard? Ruikt zijn zweet naar ammoniak? De nieuwe media kreten elke mening uit. We verdrinken net niet in vermeende kennerstheorieën die naar masturbatie neigen, maar zelden een hoogtepunt kennen. En daar doen we op televisie en op website gretig aan mee. Ik kan niet anders dan dat toegeven. En wat renners er zelf van vinden? Daar trekken we ons niets van aan. Lijdende voorwerpen in de demarrage van de vernieuwde samenleving. Met gevoeligheden hou je geen rekening. Laat staan met gevoelens. Voor of tegen, zwart of wit, juist of fout. Het maakt niets uit. Publieke figuren kunnen daar mee om. Denken we. Al dan niet gefundeerde meningen braken doen we graag. We verdrinken net niet in vermeende kennerstheorieën die naar masturbatie neigen, maar zelden een hoogtepunt kennen. Hier volgt er nog één. De conclusie na de Omloop Het Nieuwsblad: ‘Ja, hij is terug!’ Tom koerste zoals in zijn beste dagen, testte op de geliefde Taaienberg, duldde enkel de sterksten in zijn gezelschap en vuurde medevluchters aan door gretigheid. Vaststellen dat er dan eentje beter is, is geen schande. Sep Vanmarcke reed de koers van zijn nog jonge leven. Hij voerde eerder al imponerende nummers op in Gent-Wevelgem (twee jaar geleden) en Parijs-Roubaix (vorig jaar) en mengt zich in de toekomst ook in de finale van de Ronde van Vlaanderen. Dat uurtje meer zal het verschil niet maken. Dat zie je zo. Vanmarcke, jongen van het volk in de studio: ‘Ik klop hier gewoon de Belgische held!’ (sic). Heerlijk! Het wielervoorjaar is begonnen en Tom Boonen is straks opnieuw dé topfavoriet in Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Het geniale nummer in Vlaanderens Mooiste van 2005 – een Maradonadribbel die vertrok vanop de eigen helft – hangt opnieuw in de lucht. Voilà. Van het gespeculeer zijn we af. Hij is terug! Of toch niet? De Omloop Het Nieuwsblad is nu ook geen topklassieker, slechts 200 kilometer lang. En Sep Vanmarcke is geen Fabian Cancellara. Nog lang niet. We zijn opnieuw vertrokken. Speculaties en prognoses horen erbij. We hebben maar één zekerheid: er wordt opnieuw gekoerst bij ons. En veel mooiere dingen bestaan er niet! (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) DISCOTHEEK - 'Boven op de berg, ja daar staat een kleine dwerg!’ en ‘Ik wil sex met die kale!’. Discotheek Koksijde draaide gisteren al op volle toeren. Bocht 7 op Alpe d’Huez uitgesmeerd over een parcours van drie kilometer. Ongeremd feestende Nederlanders na de zegetochten van Mathieu Van der Poel en Lars van der Haar. De zeldzame kuifleeuwerik ontvluchtte het stiltegebied in de duinen richting De Panne. Hij maakte plaats voor de echt vreemde vogels. Mannen met een spandoek ‘Roze is voor janetten’ (alluderend op de kleur van de fiets van Zdenek Stybar), een zonderling met een gigantische kikker over zijn voorhoofd gedrapeerd of fans van Rob Peeters die de parodiërende slogan ‘Het is feest als Rob (in plaats van Bob) rijdt!’ met zich meezeulen. Het voorspel op het volksfeest was veelbelovend. Dat Nederland de mooiste prijzen pakt en dat het dat ook deze ochtend met Marianne Vos gaat doen, vindt niemand erg. Als het straks maar goed komt. Het drukst bezochte wereldkampioenschap in de geschiedenis van deze sport smeekt om een Belgische winnaar. Van der Poel, van der Haar, Vos. Wiens familienaam met een V begint, maakt vanmiddag veel kans. Vantornout of Van Amerongen dus? Weinig waarschijnlijk. Laat ons eerlijk zijn. Slechts vier atleten kunnen vandaag wereldkampioen worden: Albert, Nys, Pauwels en Stybar. Drie Belgen en een Tjech. Microkosmos cyclocross. Het minuscule karakter van het veldrijden wordt elk jaar iets scherper afgetekend. De internationalisering van deze sport moet – wars van het gekwaak van de UCI – niet au sérieux worden genomen. Dat de Nederlandse Omroep Stichting op zaterdag zelfs de moeite niet doet om de titelstrijd bij de juniores en de beloften uit te zenden, terwijl de wereldtitels van Van der Poel en van der Haar op voorhand te voorspellen waren, zegt veel over het dédain waarmee de sport in het buitenland wordt bekeken. Veldrijden als folkloristisch regionaal gebeuren. De kans op wereldwijde erkenning wordt steeds kleiner. Misschien zit er een plaatsje in op de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van UNESCO, zoals de Gilles van Binche en het carnaval van Aalst daar al een tijdje op prijken. Maar laat ons die kandidatuur nog even uitstellen en het genot van deze dag niet vergallen. Straks zien ruim één miljoen mensen hoe een Belg voor – al dan niet misplaatste – euforie zorgt. En ook wij als televisiezender gaan volop mee in de gekte. Om kwart voor elf duik ik de studio aan de aankomst in om er niet meer uit te komen voor zes uur. Mijn vriend Mart Smeets zal me ongetwijfeld gek verklaren, maar dat neem ik er voor één keer graag bij. Puur genot is het, Mart! (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) ZUM KOTZEN - Laat dit een oproep en een wens voor het nieuwe jaar zijn. Een uitnodiging gericht aan de colleges der hoofdredacteuren van alle media te lande: schaf die achterlijke reacties onder de redactionele bijdragen op jullie websites nu eindelijk eens af! Zum Kotzen zijn ze. Galspuierij in gedegenereerd Nederlands ter bevordering van de verzuring van de samenleving. Kunt u me daar de meerwaarde van aantonen? Ik lees ze zelden of nooit en ga mijn kinderen verbieden om het te doen. In de hoop dat die onzin er niet meer is op het moment dat ze er zich echt tot aangetrokken voelen. Mijn nieuwsgierigheid werd een tiental dagen nog eens geprikkeld toen onder een verslag van de veldrit in Leuven – niet eens een klassementscross – in een mum van tijdmeer dan 50 reacties verschenen. Sven Nys had de wedstrijd gewonnen, tegenstanders waren er niet omdat ze ziek hadden afgemeld. Wat was daar nog meer over te vertellen? Veel blijkbaar, want Nys had het aangedurfd om terecht de vele forfaits in vraag te stellen. De reacties waren niet mals. De topveldrijder als pispaal van het klootjesvolk dat al lang geen moeite meer doet om goed te schrijven. In een wereld waarin noch en nog hetzelfde zijn, akkoord ook wel eens als akkoort wordt geschreven en dt-fouten als een statussymbool worden beschouwd kan en mag blijkbaar alles. Verwensingen, ergerlijke laster en goedkope insinuaties. Het kan allemaal onder een pseudoniem, zelden onder de echte naam. Wie oprecht van sport houdt, heeft op fora niets te zoeken. Verder dan het niveau ‘Wellens blinkt, Nys stinkt’ (maar dan met een d in plaats van met een t geschreven) geraakt men er toch niet. Wie het goed meent en de verzuurde commentaren probeert te counteren doet het liefst geen moeite. Als de ernstige mensen zich onthouden, heft het fenomeen zich zonder twijfel zelf op. Zelfvernietiging als corrigerende factor. Het forum verworden tot het exclusieve universum van de randdebiel op zijn eigen facebookprofiel. Een nobel streven voor 2012. Ik snap de gratuite kritiek op atleten als Sven Nys overigens niet. Alsof je op het einde van een veldrit als eerste over de streep bolt zonder inspanningen te hebben geleverd. Hetzelfde geldt voor Kevin Pauwels, Niels Albert, Bart Wellens, Klaas Vantornout, Rob Peeters en alle anderen. Loon naar werken: in de topsport is het devies genadelozer dan in het reguliere circuit. Is het zoveel moeilijker om te supporteren voor iemand dan tegen iemand? Nog een tip voor de azijnpissers. Als Sven Nys vanmiddag in Hooglede voor de achtste keer Belgisch Kampioen wordt, kunt u dit gebruiken: ‘Agt keer Belgisch Kampioen. Dik verdient, Sven!’ Dan maakt u zich deze keer alleen vormelijk en tenminste niet inhoudelijk belachelijk. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) RAIN MAN - Als je er zonder voorkennis tegen praat, verwacht je niet dat hij één van de beste veldrijders van de wereld is. Je veronderstelt wel dat hij rekenkundige raadsels in een oogwenk oplost, het hele telefoonboek van Kalmthout uit het hoofd kent of met de trein door het land reist en het aantal elektriciteitspalen telt. De eerste keer dat ik Kevin Pauwels voor de microfoon kreeg was in Zolder. Hij was net wereldkampioen veldrijden bij de juniores geworden. De hoop op een spraakwaterval werd snel getemperd. Open of gesloten vraag, veel verschil maakte het niet. Een woord, af en toe een korte zin. Onderwerp, werkwoord en voltooid deelwoord. Zelden in één ademstoot samen. Zijn ogen schoten voortdurend weg, maar diep in het jongetje brandde immens geluk. Hij pronkte zonder het uit te spreken: ‘Ik kan iets wat anderen niet kunnen: heel snel met een fiets door bos en weide rijden.’ Twee jaar later pakte hij nog een wereldtitel. In Pontchâteau maakte Pauwels de andere beloften belachelijk. De gedachte aan het interview maakte me doodsbang. De ervaring van Zolder indachtig vermoedde ik dat er opnieuw niet veel uit zou komen. Het vermoeden werd bevestigd. Deze keer enkel gesloten vragen, maar weer ketsten mijn zinnen af op zijn pantser. Negen maanden later ging de bolster helemaal dicht. Een hartaderbreuk velde zijn 22-jarige broer Tim in de cyclocross van Erpe Mere. Een ramp. De kleine Kevin was zijn grote broer, zijn enige houvast, kwijt. Maar hij bleef doen wat hij goed kan: fietsen. Gelukkig maar. Pauwels is één van de vier beste veldrijders ter wereld. Nys, Albert, en Stybar. Hij kan ze aan. En dat zal in de toekomst alleen maar vaker het geval zijn. Hij fietst niet langer voor een PlayStation, maar voor goed geld. Terecht. Kevin is geen taalwonder, sandwichman of praatjesmaker. Moet dat dan? Eenvoud heeft meer charme dan sier. Kevin Pauwels of Bart Wellens als uithangbord? Het is kiezen tussen een topper en een would-be topper, tussen bekoorlijkheid en vergane glorie. Het klopt dat de marktwaarde van Pauwels nog groter zou zijn mocht hij de babbel van Albert hebben. En dan? Kevin gaat het geld dat hij verdient met veldrijden in zijn hele leven niet kunnen opdoen. Zijn levensstandaard ligt een stuk lager dan die van de andere toppers. Kevin en zijn fiets, een paar crossen per week en trainen met zijn vriend Marc Herremans. Meer is voor hem echt niet nodig. Van mij mag hij nog veel winnen. Dat een interviewer daar dan wat sikkeneurig van wordt, kan me geen reet meer schelen. Kevin Pauwels is de man. En straks niet alleen meer op de snelle omlopen, maar ook in de wind en de regen. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) 49,170 KM/U - Een fictieve conversatie die zich vrijdag afspeelt op een zacht bed in Kopenhagen. Edvald Boasson Hagen en Thor Hushovd kijken samen naar de laatste ronde van het wereldkampioenschap bij de beloften. Het hoofd van Hagen draait zich naar Hushovd: “Zie jij wat ik zie?” Thor knikt. “Dit is echt niet te geloven.” Thor glimlacht en Hagen kirt bijna: “49,170 km/u gemiddeld in die laatste ronde. Dat kan toch niet?!” Thor schatert. Meer is niet nodig om het besef te laten doorsijpelen dat vandaag gespurt wordt voor de wereldtitel. Na 266 kilometer zal een eindschot op een hellende strook van 400 meter beslissen over winst. Hushovd heeft tot dusver nog niets gezegd, maar weet dat hij tot de essentie moet komen: “Kijk Edvald, jij en ik kunnen hier in Kopenhagen allebei wereldkampioen worden. In de laatste ronde zullen we gewoon eerlijk zijn. Dan kiezen we: jij of ik. De winnaar betaalt de andere 250.000 euro.” Hagen – nochtans grootverdiener – slikt toch even. “Overdrijf je nu niet een beetje, Thor?” Hushovd repliceert snel: “In geen geval. Ik ken de marktwaarde van dat truitje ondertussen.” Ongeveer dezelfde conversatie zal hebben plaatsgevonden in het hotel van de Britten (waar Cavendish droomt), bij de Spanjaarden (met drievoudig wereldkampioen Freire en Rojas), in het kamp van de Italianen (Bennati wil zijn portefeuille ook wel opentrekken) of bij de Mannschaft (met Degenkolb, Greipel en Kittel kanonnen bij de vleet). En ook bij de Slovaken zal Peter Sagan de tweeling Velits willen belonen om hem aan een wereldtitel te helpen. Al is het 21-jarige jongetje extreem zuinig en gulzig als het over centen gaat. Wie maakt hem wijs dat investeren loont? Dat er vandaag gespurt wordt voor de wereldtitel staat als een paal boven water, dat het wedstrijdgemiddelde extreem hoog zal liggen ook. Dat mag gerust. Het is 9 jaar geleden dat in Zolder een echte massaspurt – want dat was het niet toen Tom Boonen in 2005 in Madrid won – een wereldkampioenschap bepaalt. Gelukkig is er de hellende aankomststrook. Die vormt genoeg voer voor speculatie. Anders mocht Mark Cavendish de trui nog voor de wedstrijd passen. Maar dat een Belg vandaag wint, is weinig waarschijnlijk. Ook al hebben we met Philippe Gilbert de beste eendagsrenner van de wereld in de ploeg. Daar zal dit wereldkampioenschap niets aan veranderen. En gelukkig zijn er geen zekerheden in het leven. Als Freddy De Kerpel opgeeft in Expeditie Robinson, dan kan een een landgenoot op dit parcours ook wereldkampioen worden. Al zal het – zoals de Belgen hier al twee dagen aan een stuk tegen mekaar lopen te zeggen – niet gemakkelijk zijn. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) WALLSTREET - Zelden bracht een beurscrash zoveel emoties teweeg. Het aandeel van Geraardsbergen en Meerbeke werd vrijdag definitief geschrapt. De koers ervan onvoldoende om volgend jaar aanspraak te maken op de Ronde van Vlaanderen. De streek werd gisteren confuus wakker. Moord en brand! Facebookgroepen werden opgestart, Twitter spuwde vuur, koersgewetens kniesden in een hoekje, politieke opiniemakers werden in stelling gebracht voor een sportbijdrage, een bijzaak waar ze normaal hun neus voor ophalen. De breuk met de traditie wordt als een aanslag op de Vlaamse koersintegriteit omschreven. De Muur gesloopt! Hoe is het mogelijk? De reacties blinken uit door impulsiviteit. Niet onbegrijpelijk als een monument in de coulissen van de wielerhistorie belandt, maar fel overtrokken als je ze plaatst tegen diezelfde geschiedenis. Toen onze oerklassieker in Gent of Wetteren aankwam, was het aandeel van Geraardsbergen in het koersverloop ook zeer gering. Uiteraard doet het pijn dat The Wall het offer is voor de vernieuwing. En het medeleven gaat niet naar burgemeesters en senatoren die één keer per jaar koketteren met een evenement, maar naar het organisatiecomité in Meerbeke, een amalgaam van fijne, vlijtige doeners. De volkswoede zal na deze storm nog één keer hoog oplaaien. In de aanloop van de Ronde van volgend jaar zullen opnieuw petities circuleren. Mensen uit het wielermilieu zullen ze – zoals gebruikelijk in het wereldje – allemaal signeren. Pro en contra. Politieke commentatoren zullen nog één keer hun sportstem laten horen en aan bruggen over het parcours zullen stropoppen met de beeltenis van Vandenhaute bengelen: de prijs die hij zal betalen voor het gehanteerde conflictmodel. Misschien is dat model niet de beste keuze, maar een plek op 100 kilometer van de aankomst zou de kasseihelling in Geraardsbergen ook geen eer aandoen. Zoals de Muur in de E3 Harelbeke ook niet meer dan een patserig en rancuneus anachronisme zou zijn. Alle veranderingen ten spijt zal de essentie van het wielrennen niet veranderen: de renners maken de koers. Tussen alle overtrokken reacties door moet dat ongeveer de enige intelligente analyse zijn geweest. Ze kwam niet toevallig uit de mond van Eddy Merckx. Ik kan nauwelijks wachten op de laatste tachtig kilometer van de Ronde van volgend jaar. Vanaf Kluisbergen zal hysterie heersen in het peloton. Als het paterke in 2012 zijn klokken luidt en Philippe Gilbert – nog altijd in de Belgische driekleur – zijn verfijnde register opentrekt, vallen alle wielerliefhebbers mekaar in de armen en wordt de verandering toegejuicht. Als Yoann Offredo de Ronde wint, begint alles van vooraf aan. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) DOMME COUREUR - ‘Greg = domme coureur!’ stond op mijn voorbereiding van Vive le vélo van zondag 17 juli in Château Castigno gekrabbeld. Greg Van Avermaet en Jean Blaute waren er te gast. Een uur voor de uitzending zag ik een paar interviews van ploegmaats met een mening over Van Avermaet binnenkomen. ‘Als hij stopt met koersen als een junior zal hij veel koersen winnen’, glimlachte de latere Tourwinnaar Cadel Evans. ‘Met zijn benen won ik dit jaar de Ronde van Vlaanderen’, getuigde George Hincapie. Greg is een domme coureur was mijn kort-door-de-bocht deductie. Ik krabbelde het op mijn papieren die de hele uitzending lang niets liever wilden dan gedreven door de Transmontana het luchtruim van de Languedoc te kiezen. Greg is een domme coureur was mijn kort-door-de-bocht deductie. Ik krabbelde het op mijn papieren die de hele uitzending lang niets liever wilden dan gedreven door de Transmontana het luchtruim van de Languedoc te kiezen. Tot de voorziene vraag kwam ik niet. Toen het zover was, werd ik door de eindredacteur voortgestuwd naar een volgende beeldband. De panische angst dat we over het uur zouden gaan regeerde. Jammer. Dat de vraag niet werd gesteld, heeft Greg grotendeels aan zichzelf te danken. Hij kwetterde als nooit tevoren. Was het de zachte aard van Blaute, de wijnproeverij van gastheer Verstraete of de aanwezigheid van zijn vriendin? Geen idee, maar Van Avermaet ontpopte zich tot één van de beste gasten van deze reeks. Hij ratelde als de kraterwand van een na eeuwen wakker geworden vulkaan. Deels in verstaanbaar Nederlands, deels in Oost-Vlaams dialect. Zijn tong kletterde, zijn huid blonk, zijn ogen twinkelden. Wat hij zei, was interessant. Of hij het dan toch niet erg vond dat op 1 augustus (morgen dus) zal worden aangekondigd dat hij voortaan weer naast Philippe Gilbert moet koersen? Helemaal niet. De mindere momenten met Phil waren vergeten. De aanwezigheid van Gilbert zou hem aan zeges helpen waar hij anders alleen maar van kan dromen. Zijn dominantie in de TRW van de voorbije week maakt me gelukkig. Van Avermaet met Gilbertbenen, het is een beeld waar we maar beter aan wennen. Akkoord, Joost van Leijen is Michele Scarponi niet, maar het potentieel van Greg benadert dat van Philippe wel. De Clasica San Sebastian van gisteren als bewijs van deze these. Toen de uitzending in Château Castigno erop zat, gooide ik mijn papieren de lucht in. Negentien bladzijden kozen hetzelfde traject, één ging de solotoer op. Dat ene blad werd door Greg Van Avermaet van tussen de lavendelstruikjes geplukt. Hij begon het te lezen. ‘Greg = domme coureur’ waren de eerste woorden die erop stonden. Ik probeerde de vraag te relativeren zoals ik dat ook tijdens de uitzending van plan was. Greg zei niks en glimlachte even. Hij nam er geen aanstoot aan. Van Avermaet is geen domme coureur, maar een verstandige mens! (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) GITSBERG - Met honger naar nog meer aanzien als brandstof pedalleert Philippe Gilbert vanmiddag wellicht naar zijn eerste Belgische titel bij de elite. Op een parcours dat het zijne niet zou zijn. Te vlak, te gemakkelijk, de massaspurt onafwendbaar. Onzin. De omloop is Gilbert op het lijf geschreven. Omdat tegenwoordig nagenoeg elk traject Gilbert toelacht en door Gitsberg, lanceerplatform op twee en een halve kilometer van de aankomst op de Bruggesteenweg. Een dikke kilometer kasseien bergop, niet steil maar wel lonkend naar de hemel. Pittig genoeg om in het geval van de beste puncher van de wereld het verschil te maken. Boven duik je Het land van Belofte in, anderhalve kilometer verder wacht een glorieuze entree en ligt een trui te wachten. Gitsberg is geen berg, zelfs geen heuvel. We gaan het stukje kasseien bij het buitenrijden van Gits niet vergelijken met de Poggio di San Remo, Muur van Geraardsbergen of Mont Ventoux, maar Gitsberg is wel een venijnige klotestrook. Zeker na zes uur op de fiets. Wie daar in de laatste ronde het wiel van ’s lands beste kan houden, spurt mee voor de titel. Evident is dat niet. Als de turbo na 239 kilometer wedstrijd aanslaat zijn niet veel concurrenten in staat om Gilbert te volgen. De beste Boonen – zoals we hem een paar jaar geleden op de Taaienberg zagen – misschien, een prima Leukemans met veel moeite, Van Avermaet mogelijkerwijs. Voor de rest niemand. In deze kopman schuilt onloochenbaar een scheut Eddy Merckx. Gilbert predikt het kannibalisme van de 21e eeuw en dat verschilt niet van dat van de 20e eeuw. Waar je start, koers je om te winnen. Simpel axioma. Bovendien bezit Gilbert een masterdiploma in de communicatievaardigheden. Tien dagen geleden: ‘Ik zal niet eisen dat de volledige ploeg voor mij rijdt!’ Gisteren in de krant: ‘Omega Pharma-Lotto mag het BK niet verliezen!’ Wie durft nù – met de kans op een afgang – nog voor het eigen succes gaan? Niemand. De faalangst geïnstalleerd bij de ploegmaats zonder tegen schenen te stampen. Il faut le faire. Met een paar simpele frasen schaart hij zestien knechten achter zich. Architect van de eigen voorspoed. Hard werken, geen deviant gedrag of bespottelijke divatrekjes, een afkeer voor excuses. Gilbert is een jongen op wie een miljoen euro meer of minder geen vat krijgt. Rolmodel, maar niet provocatief. Met eer als drijfveer. Geld niet meer dan de logische appendix van het succes. Hij zou een waardige Belgische kampioen zijn en de gevolgen aanvaardbaar: Stijn Devolder zal eindelijk opnieuw rust vinden en het stof wordt na een dof jaar van dat driekleurige stukje textiel geblazen. Met dank aan Gitsberg! (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) OPEN BRIEFJE AAN STIJN DEVOLDER - Beste Stijn, Je Belgische driekleur schittert niet. Jammer. Gisteren las ik in een andere krant een interview van collega Joeri D.K. met je. Mooi gesprek. Misschien dat een radicale eindredacteur de drang voelt om deze passage te schrappen. Ik zou het spijtig vinden. Een blijk van waardering staat los van commerciële belangen. De babbel was indringend. Collega Joeri (een opperbeste kerel overigens) verloor een paar weken geleden zijn moeder, terwijl jij treurt om het verlies van alweer een vriend. Emoties delen. Het loutert. Het interview deed me goed. Ik hoop jullie ook. En ik begrijp je als je momenteel alles plat relativeert, Stijn. Ik doe het ook. Een fiets en fietsende atleten interesseren me amper. Ik heb de voorbije twee weken nauwelijks naar de Giro gekeken, slechts sporadisch een stukje Ronde van België meegepikt. Een tegenslag binnen de familie en de dood van Wouter hebben me doen beslissen om de Giro vroegtijdig te verlaten. Niets lijkt nog echt belangrijk. Dicht bij mijn vrouw en kinderen zijn en rust zoeken op een golfbaan. Dat is het momenteel. Een traan bij een birdie van mijn 7-jarige zoon J., een krop in de keel voor een grap van mijn 6-jarige dochter M., slikken bij het lezen van een interview met jou. Alles lijkt plots een andere dimensie te hebben dan twee weken geleden. Stijn, jij hebt Wouter veel beter gekend. Je hebt de kamer gedeeld. Jullie vrouwen werden vriendinnen. Mijn relatie met Wouter beperkt zich tot een handvol gesprekken voor een wedstrijd of in een talkshow. In 2002 was hij junior bij het MEZ-team, de ploeg waarvoor ik dat jaar bij de elite zonder contract reed. Af en toe ging ik bij een junioreswedstrijd mee in de volgwagen van Rik De Voogdt: Weylandt, Roelandts, Meersman, De Backer, Ingels… Ze waren de trots van de voorzitter. Je hebt nog weinig zin om op je fiets te stappen, je vindt geen nieuwe doelen. Alle begrip daarvoor. Neem je tijd, maar we moeten wel verder, Stijn. Dat heeft dat interview met je in de krant me doen beseffen. Waarvoor dank. Ik was gisteren in de Vlaamse Ardennen en heb me gedwongen om een café te zoeken om naar de koers te kijken. Zo ben ik (met dank aan twitteraar @AlfaJaak) in café Central, een supporterslokaal van Tom Boonen, in Oosterzele beland en aan deze brief begonnen. ‘We missen eigenlijk maar één man in de kopgroep’, zei de patron op een bepaald ogenblik. ‘Tom?’, probeerde ik. ‘Nee, Stijn’, antwoordde hij. Een half uur later stond het haar recht op mijn armen bij de aankomst van Philippe Gilbert. Dat moet jij zeker ook nog kunnen, Stijn. Trek je de kritieken niet aan. Kop op en…Vive le vélo! Karl (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) WOUTER - Eén beeld. Tien seconden die nooit het scherm hadden mogen halen en alle wielerplezier is weg. Alsof ze nooit hebben bestaan, de vreugde om de vroege aanval en de spanningsboog die het peloton naar een boeiende slotfase zouden leiden. Alsof er het hele jaar geen winnaars zijn geweest, alleen maar verliezers. Alles weg in één klap. Het beeld bevriest voor onze ogen, een rilling gaat door de commentaarcabine. De ernst van de val is onmiddellijk duidelijk. Een klap met zware gevolgen. Hopelijk niet fataal. Andre Meganck duwt op de knop van mijn microfoon en fluistert me in het oor: ‘Het zou om Wouter Weylandt gaan.’ Donderslag. Wouter toch niet?! Zou, de voorwaardelijke wijs. Daar putten we moed uit. Maar de computer met de wedstrijdinformatie bevestigt: ‘Caduta Wouter Weylandt! Val Wouter Weylandt!’ De stem stokt, de vingers worden gekruist. Lieve hemel, laat het toch niet zo erg zijn als het eruit ziet. Vanaf dat moment is een vlucht met vier, onder wie de Belg Bart De Clercq, compleet bijkomstig, wordt het becommentariëren van koersontwikkelingen een triviale gebeurtenis. En dan weet je nog niet eens om wie het gaat. Dat doet er op zo’n moment ook niet toe. Een mens is in nood. De Italiaan Ricci Bitti is ondertussen gelost in de klim en in de afdaling opnieuw komen aansluiten. Het ontgaat je. Who cares? Nieuws is wat je wil, goed nieuws. Minuten verstrijken maar er komt niets hoopgevend, niets om je aan op te trekken. Het zegegebaar van Vicioso is waardeloos. Hij kan er ook niets aan doen, weet nergens van als hij in Rapallo gretig een ritzege in een grote ronde omarmt. Een droom die werkelijkheid wordt, dag op dag een jaar eerder in Middelburg waargemaakt door Wouter Weylandt. Het noodlot. Het fatum is een eng en ongenadig beest. Er is nog geen officieel communiqué als je zo snel mogelijk van antenne wil. Je besluit de uitzending met hoop en vooral veel wanhoop. Je wil bidden, iets wat je al jaren niet meer hebt gedaan en klampt je vast aan de sprankel die er eigenlijk geen is. Een half uur later krijg je te horen wat je niet wil horen. Je weigert obstinaat om het nieuws voor waar aan te nemen. Helaas. De Passo del Bocco wordt een Portet d’Aspet. Na Fabio Casartelli is er vijftien jaar later opnieuw een jonge man die in een grote ronde het leven laat in de afdaling van een col. De harde realiteit leidt tot bittere tranen tussen de telefoongesprekken met het thuisfront. Een shock. Ik blijf gevangen in die tien vreselijke seconden. Het getuigt van wansmaak en gebrek aan deontologie om ze op YouTube te plaatsen of aan een artikel op een website te linken. Misdadig bijna. Maar het gebeurt. Een aanslag op de sereniteit, een schrijnend gebrek aan respect voor zij die achterblijven. Ik wil ze het liefste verdringen, die tien vreselijke tellen horror. Mogen we ze niet gewoon vervangen door een lach, een gulle lach, de misschien wel gulste lach van het peloton? Want veel jovialiteit en spontaneïteit worden ons ineens ontnomen. Wouter, altijd klaar voor iedereen. Vriend van de allerkleinsten, gesprekspartner van allen, niemands vijand. Mogen we vandaag in het commentaarhok voor één keer zwijgen en bezinnen? Ik hoop het. Het moet gewoon. Uit respect voor een innemende jonge man. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) BRAZILIAN WAX - Op de dag van Luik-Bastenaken-Luik schreeuwt een column om over Philippe Gilbert te handelen. Koning van de goed gearticuleerde aankomst. Zaaier van energie in een wielervoorjaar dat nagenoeg volledig Belgisch kleurt. Als zijn benen vanmiddag even doof zijn voor de protesten van de vermoeidheid als de voorbije week wint hij opnieuw. Bloemen voor de moeder van Frank Vandenbroucke? Het zou fijn zijn, maar genoeg over Philippe. In plaats van onze landgenoten-op-een-fiets te verheffen tot een Über-ras wil ik een oude belofte nakomen. Toen de hoofdredacteur van deze krant in oktober Liesbet De Vocht de trofee van Flandrienne 2010 kwam overhandigen zwoeren we op het podium een eed: ons best doen om het vrouwenwielrennen meer aandacht te geven. Bij deze wil ik mijn (én eigenlijk ook zijn) deel doen. Over vrouwen én in zijn krant. Iedereen tevreden. De dames niet in het minst. Op de dag dat mannen van Luik via Bastenaken naar Luik rijden, worden zij weggemoffeld in Roeselare voor de Grote Prijs van de gelijknamige stad. Roeselare, bekend omdat Eddy Wally er jarenlang met sacochen op de dinsdagmarkt stond. Provinciaal nest van kneuterigheid, net goed genoeg voor vrouwen op een fiets. Wie haalt het in zijn hoofd? Misplaatst misprijzen. Dames dienen vandaag van Bastenaken naar Luik te fietsen. Woensdag mochten ze nog mee de Muur van Hoei op. Vandaag Roeselare. La Doyenne, monument van discrimatie. Woensdag resoneerden de platitudes op de Eurovisiebanken, extreme mannenwereld. Voor het internationaal televisiesignaal wordt aangeboden en microfoons open worden gedraaid zijn commentatoren stoer en grof: kaalgeschoren of Brazilian wax op het zeemvel? Grote tieten of te dikke achterwerken als obstakels van deftig klimwerk? Flauw seksistisch gezwans, in contrast met de realiteit. De tijd van de geprononceerde konten in het vrouwenwielrennen is voorbij. Topatletes zijn het. Marianne Vos spurtte op de Muur van Hoei (twee uur voor de mannen) naar haar vierde zege in de Waalse Pijl. Zij, de Philippe Gilbert van het vrouwenpeloton. Koningin van elke aankomst, niet enkel de goed gearticuleerde. Ambassadrice par excellence. Wij konden alleen commentaar leveren bij wat we zelf zagen, de beelden werden televisiekijkend Europa onthouden. Het podium kon wel. De actie minderwaardig aan de glimlach: sois belle et tais-toi. Als Pat McQuaid zich nuttig wil maken moet hij host broadcasters van wielerwedstrijden verplichten om de aankomst van de vrouwenwedstrijd in de livecaptatie van het mannenpakket op te nemen of ze een ruime samenvatting na afloop opdringen. De weg is steil, maar moeilijk gaat ook. Hop Marianneke, laat de poppetjes dansen. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) BERT & STAF - Bert won donderdag de Grote Prijs Pino Cerami, Staf werd zondag achtste in de Ronde van Vlaanderen. Bert (36 jaar) en Staf (32 jaar), de broers Scheirlinckx uit Herzele. De kranten werden niet geplamuurd met ronkende koppen over hun prestaties, op televisie was er nauwelijks iets van te zien. Ik zat zondag in Meerbeke te wachten tot ik het interview met Staf Scheirlinckx kon aankondigen. Het kwam niet. Nuyens, Boonen, Gilbert, Chavanel en Cancellara eisten alle aandacht op. Staf was tussen de plooien gevallen. Zoals wel vaker. Zonde. Op weg naar huis verplaatste ik me in het hoofd van Marc Sergeant .Zou hij bij het nakijken van de uitslag hebben stilgestaan bij het zien van de naam Staf Scheirlinckx op plek acht? Ik vermoed van wel. Er was aan het eind van vorig seizoen voor hem geen plaats meer bij Omega Pharma-Lotto. Een inschattingsfout blijkt nu. Met hineininterpretieren is veel te verklaren, maar wat als Staf zondag toch nog op de loonlijst van de nationale loterij had gestaan? Zou Philippe Gilbert dan de Ronde van Vlaanderen hebben gewonnen? Phil weg op de Bosberg en Staf die de achtervolgers aan de ketting legt. Het had gekund. Maar als mijn tante wieltjes had, maakte ik er met plezier een karretje van. Niet dus. Staf heeft wonderbenen, maar strekt ze vanmiddag in Sint-Antelinks uit op het voetenbankje. Gezellig thuis in de zetel, stuk taart op de schoot. Geen knikkend kopje in het peloton dat straks de Styx oversteekt, recht de onderwereld in. Zijn team Veranda’s Willems-Accent is niet welkom in Parijs-Roubaix. Een wedstrijd waarin Staf Scheirlinckx in 2006 al tiende werd. Broer Bert, donderdag winnaar van de Grote Prijs Pino Cerami en in zijn enige Parijs-Roubaix achttiende, kan vanmiddag op bezoek bij Staf. Ook voor hem taart in plaats van kassei. Landbouwkrediet-Colnago is er evenmin bij. Twee keer jammer. Ik hou van Bert en Staf: eerlijke jongens. Toen ik na Gent-Wevelgem de studio verliet, was er een sms van Bert: “Waarom worden alleen de voorstanders van de oortjes aan het woord gelaten? Veel aangenamer koersen zonder. Ook veel minder nerveus en gevaarlijk. Als je wil weten wat er gebeurt in de koers moet je maar vooraan rijden. Ook voor de echte finale begint.” Ik kwam in mijn antwoord niet verder dan: “Je hebt een punt!” Het kastensysteem in het wielrennen leidt tot oneerlijkheid. Bert en Staf hadden een plaats verdiend op de startlijst van Parijs-Roubaix. De codificatie van het peloton op basis van centen zorgt ervoor dat niet overal de sterkste renners aan de start komen. Of denkt u dat Castroviejo, Halleguen en Retschke meer kans maken om vanmiddag bij de eerste tien te eindigen? (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) SUPERMAN - Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om mijn motard te laten doorschuiven toen er vorige zaterdag in de E3 Harelbeke twee groepjes van acht renners waren weggereden. Ik had Fabian Cancellara op de Kruisberg als een welp zien stoeien in het peloton en vroeg me af of hij nog iets van plan was op de Oude Kwaremont. Goede keuze bleek. Onze regisseur zat gevangen in het tactische web van de wedstrijd en slaagde er niet meer in om op tijd een camera in de buurt van het peloton te krijgen. Het maakt dat hét wielermoment van het aan de gang zijnde voorjaar enkel op een netvlies is gebrand en niet op een harde schijf is terug te vinden. Jammer voor de jaaroverzichten. Enkel de uitloper van één van de meest weergaloze acties uit de wielergeschiedenis is vastgelegd. Een solo vertrekkend van op de eigen speelhelft gefilmd vanaf de vierde dribbel. Het zou sterk zijn mochten we vandaag in de Ronde straffer krijgen. In twaalf jaar op de motor heb ik nooit een actie even geprofileerd gezien als die van de Zwitser afgelopen zaterdag. Opperste verrukking in de loge van het peloton, bijna gekir bij de waarneming van waar wielergenot. Wat begon met onschuldig gewriemel in de Bruggestraat op weg naar de Kwaremont eindigde met een zegegebaar in het centrum van Harelbeke. Waar in de Broektestraat voor het eerste het dorpje Kwaremont in zicht komt, zette hij aan. Zijn achterwiel rook naar verbrand rubber, net geen wheelie. Vijf meter voor hem hoorde je tussen het geronk van onze motor het kloppen van zijn hart. Het pompte zuurstofrijk bloed naar elke microvezel. Hij stoomde naar het Kwaremontplein, grijnsde, schakelde een paar tandjes groter en verslond de stenen van de Schilderstraat. De onstuitbare rush naar voren. Ik wachtte tot hij zijn rechtervuist balde en in het zwerk hing. Superman. De man van staal niet langer een imaginaire superheld. Over tien jaar zullen we er aan toevoegen dat hij op weg naar Tiegem een stuk vlees uit de bil van Bram Tankink beet, waarbij de schreeuw van die laatste door merg en been ging. Ze zijn met zes, de renners die de Ronde meerdere jaren na elkaar wisten te winnen. Romain Gijssels (1931 en 1932), Achiel Buysse (1940 en 1941), Fiorenzo Magni (1949, 1950 en 1951), Eric Leman (1972 en 1973), Tom Boonen (2005 en 2006) en Stijn Devolder (2008 en 2009). Cancellara maakt een grote kans om zich daarbij te scharen. En toch. In tekenfilms en strips redt Superman het altijd, in een koers niet. Fictie en non-fictie in De Ronde, het was goed voor één keer. Maar nu is het opnieuw voor echt. En de realiteit omarmt zelden de voorspelling. Ook al maakt het hoofd van Fabian zelden ruzie met zijn benen. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) VAI PIPPO - De E3 Harelbeke is verworden tot een zoektocht naar het superlatief. Fabian Cancellara legde met een scalpel de gebreken van een peloton bloot. Niet van hét peloton. Want op de Oude Kwaremont dacht ik ze er even bij: Flecha, Boonen, Gilbert en Pozzato. Uitgesloten dat ze hem allemaal zouden moeten laten rijden. Als er al een voordeel is aan de slag der organisatoren is het dat we de waardeverhoudingen onder de toppers niet echt kennen voor zondag 3 april. Het laat ons een week aan veronderstellingen, om zondag misschien snel te worden ontnuchterd. Maar dat weekje pakken ze ons niet af. Ik verwacht in de Ronde overigens veel van Filippo Pozzato. Koersanalyse en diabolisering werden de voorbije dagen al te vaak op een hoopje gegooid. Nooit hadden we de intentie om het Vlaamse wielerpubliek op te zetten tegen Pozzato. Integendeel. Hij is een wonderbaarlijke renner: sterk en mooi. Maar zijn klasse zou een forser uitgebouwde erelijst verdragen. Dan moet hij voortaan zijn hoofd gebruiken. Heeft Filippo Pozzato vorige week Philippe Gilbert Milaan-Sanremo doen verliezen? Ja. Heeft hij dat bewust gedaan? Neen. Had hij het recht om dat te doen? Uiteraard. Kon hij op die manier zelf winnen? Nooit. Had het wel gekund? Misschien. Zich in de afdaling van de Poggio een split second in de kop van Matthew Goss werken had hem daarbij kunnen helpen. Goss lag voor het eerst in een positie met uitzicht op een grote klassieke zege. Met superbenen. Dat hadden ze allemaal in de gaten. Het staat in hoofdstuk één van de grote wielercodex. Als je in een groep belandt met iemand die sneller is, gebruik hem als klusjesman. Alleen de inspanning te veel zal hem verhinderen je te kloppen. Net daar lag de kans van Pippo. De 24-jarige en onervaren Goss lokte de 29-jarige ancien Pozzato in de val. Toen Gilbert ging, zette Goss even aan om bijna onmiddellijk de benen stil te houden. Pippo beet. Had hij niet moeten doen. De Aussie zou het momentum niet aan zich hebben laten voorbijgaan. Op dat ogenblik ervoer hij het als de kans van once in a lifetime. Hij zou het gat op Gilbert altijd hebben proberen te dichten. Pozzato had aan het wiel van Goss moeten kleven en counteren. De psychologie van een kopgroep. Maar soit. Mijn kinderen hebben hun spandoek voor volgende zondag al klaar: ‘Vaajpiepo!’ is het geworden. ‘Vai Pippo!’ dus. Ik ben overigens van plan om iedereen die zondag de uitzending haalt met een boodschap om Pozzato te steunen persoonlijk op een pint te trakteren. En als Jef Braeckevelt hem ’s morgens nog eens wil inpeperen dat hij maar een tweederangscoureur is, kan het niet fout gaan. Dan is de winnaar van de 95e Ronde van Vlaanderen bekend. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) THE BLUES - Vrijdagavond was al duidelijk dat dé wielerfotos van het weekend niet uit San Remo maar uit Handzame, een deelgemeente van het West-Vlaamse Kortemark, zouden komen. Kenny Van Hummel (tweede in de uitslag) met een fototoestel rond het stuur gekruld en winnaar Steve Schets, plat op zijn rug in de gietende regen vervuld van jeugdig winnaarsgeluk. Snapshots voor de eeuwigheid. Foto’s die binnen de kortste keren homepages van nieuwssites en twitterlinks beheersten. De Handzame Classic staat na één editie als een huis, op weg om de reputatie van het ooit roemrijke Handzame Blues Festival naar de kroon te steken. Aflevering één van deze preklassieker – een ideale wedstrijd voor wie naast de selectie van Milaan-San Remo valt – was een nachtmerrie voor Bert Pattyn, de ambitieuze organisator. Een hele dag gutste het water uit de hemel en op de streep moest hij de handen voor het gezicht slaan bij het aanschouwen van een massale valpartij veroorzaakt door een onvoorzichtige toeschouwer. De brave man moet er zijn slaap niet voor laten. Het eerste is een kronkel van de dezer dagen wereldwijd wel zeer onwillige en onvoorspelbare Moeder Natuur, het tweede het gevolg van een niet onder controle te krijgen epidemie van zelfverklaarde wielerfotografen. De intrede van de digitale fotografie ruim tien jaar geleden heeft niet enkel voordelen. Eén van de voordelen ervan is ontegensprekelijk de snelheid van verspreiding. Aan tafel in San Remo mochten we al meegenieten met de op het asfalt kronkelende winnaar. Fantastische foto’s. Niet de expressie van de pijn van Steve Schets, maar de tekenen van zijn extreme vrolijkheid voeren de boventoon. Vreugde gedrogeerd door adrenaline, de sterke pijnstiller aangemaakt door het eigen lichaam. Geluk in zijn puurste vorm. Het bezorgde me vrijdagavond de wielerblues, lang voor de lente ons zaterdagmorgen aan de Italiaanse Rivièra zou omhelzen. Een eerste vette – en in dit geval letterlijke spartelende – vis voor Donckers Koffie-Jelly Belly Cycling Team. Koffie en snoepjes. Het klinkt niet als een multinational. Maar dat hoeft niet in een preklassieker. Schets klopte vrijdag in Handzame snelle en ervaren renners. Van Hummel, Eeckhout, Kruopis en Bos zijn niet van de minsten. En daar zou het wegblijven van dat fototoestel niets aan hebben veranderd. Onze beeldsensor ving de puntgave sprintsnelheid van pistier Schets nog eens op. Of waren die anderen vergeten dat hij vorig jaar rond deze tijd met Ingmar De Poortere brons pakte op het wereldkampioenschap ploegkoers in het Deense Kopenhagen? De Handzame Classic is na één editie een koers met een verhaal. Veel wedstrijden doen daar een halve eeuw over. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) SAN REMO - "Silicoontje links. Silicoontje rechts. Beetje botox hier. Facelift daar. De Primavera heeft iets van Sophia Loren.” Michel Wuyts keek met een enorme smile op zijn gezicht in mijn richting toen hij deze uitspraak een jaar of drie geleden deed tijdens de rechtstreekse uitzending van Milaan-San Remo. Een jaar eerder had hij de Sint-Jozefsklassieker nog met Scarlet Johanssen vergeleken. Te veel eer voor een koers die in Italië als monument wordt beschouwd, maar niet als waardevol erfgoed wordt behandeld. Milaan-San Remo heeft inderdaad meer weg van een oud wijf dan van een jonge rijzende ster. Desalniettemin zullen in oude mannenclubs in de Italiaanse kustplaats wel genoeg dandy’s rondlopen die terecht of onterecht pronken met de scalp van Sophia Loren. Wie er ooit het bed mee heeft gedeeld, kan er een leven lang mee pronken. Zo is het ook met Milaan-San Remo. De erelijst liegt niet. Eddy Merckx had in de zeventiger jaren een buitenechtelijke relatie met de Sophia Loren onder de wielerwedstrijden. Dat is terug te vinden in de geschiedenisboeken. Met sierlijke letters staat gedrukt dat Merckx zeven keer Milaan-San Remo won. Toen was Sophia Loren in de fleur van haar leven, een bevallige primadonna. Ook San Remo floreerde in die periode. Bruisende stad, mondain toevluchtsoord voor de Italiaanse bourgeoisie. Nu is het een plaats van verval en verderf. Verroeste lantaarnpalen, afgebladderde verf, vermolmd houtwerk. Alles in San Remo kan een opknapbeurt gebruiken, maar niemand ziet er nog een begin aan. Italianen. Met hautaine gebaren en veel woorden geven ze hun artificiële wereldje gestalte. Achter de façade schuilt armoede. Koersorganisaties in de laars blinken uit door gebrekkigheid. Amateurisme in de hoogste graad. Italiaanse media besteden aan het wielrennen nog nauwelijks aandacht. In de Gazzetta dello Sport moet je op die belangrijke zaterdag in maart door naar de laatste katern voor nieuws over de Primavera. En dat in het land van Coppi en Bartali. Hemeltergend. Maar traditie houdt zichzelf in stand. De tand des tijds heeft van la Classicissima gemaakt wat ze nu is. Een koers die niemand graag rijdt, maar iedereen wel op de erelijst wil. Door haar geschiedenis, niet door haar schoonheid. Ik kan me perfect inbeelden dat oude geile mannetjes Sophia Loren nog wel eens willen bestijgen. Om wie ze is geweest, niet om wat ze nu voorstelt. Toen ik met de fiets begon te rijden droomde ik van de Cipressa en de Poggio. In mijn verbeelding waren het heuvels waar nimfen langs de weg dansten en je naar boven zongen. Het zou tot in 2002 duren alvorens ik de Poggio zou beklimmen. Op het buitenblad naar boven. Is dit het maar? Een toneeldecor met een heuvel in papiermaché. Wij, commentatoren, maken er graag het pathetische orgelpunt na een veel te lang voorspel van. Als zelfs Philippe Gilbert en Filippo Pozzato er niet in slagen om er meer dan drie fietslengtes te nemen, kan het niet veel voorstellen. Ook niet na 297 kilometer. Maar het is niet de Poggio di San Remo, maar het algemene gevoel dat deze wedstrijd een speciaal statuut bezorgt. Met Milaan-San Remo wordt de lente de huiskamer ingeblazen, presenteert de vloot tjokvol bruingetaande slaven zich voor het eerst aan het grote publiek, zie je glimmende en geoliede benen onder strakke broeken en krijg je zelf zin om het oude tuig uit de vochtige garage te bevrijden. Milaan-San Remo maakt me altijd een beetje warm van binnen. Als na de Turchino de hysterie in het peloton zichtbaar heerst, begin ik op mijn nagels te bijten en de aaibewegingen van rennersvoeten te bestuderen. Wie gaat het straks halen? Welk alfamannetje maakt hier vlak voor onze neus een wijds zegegebaar? Milaan-San Remo, onvoorspelbaar tot op de streep. Maar de winnaar plamuurt de kranten met slaande koppen. Zijn jaar kan al niet meer stuk. Klassiekers als la Loren en la Primavera zijn er om te koesteren. Willen ze daar in Italië eindelijk eens werk van maken? (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) DER TONY - Sinds donderdag 8 juli 1982 heb ik het vreselijk moeilijk om enige sympathie te tonen voor een Duitser met Tony als voornaam. Harald Anton Schumacher pleegde toen in de halve finale van het WK voetbal een aanslag op de doorgebroken Patrick Battiston. Alsof er wilde dieren in zijn ogen huisden, smeet de Duitse nationale doelman zich op zijn slachtoffer. De Nederlandse scheidsrechter Charles Corver liet doorspelen. Battiston bleef bewusteloos liggen, zag een paar nekwervels en zijn ruggengraat beschadigd, verloor twee tanden en geraakte even nadien zelfs in coma. De wedstrijd eindigde op 3-3 en Duitsland haalde het met 5-4 in de strafschoppenreeks. Niemand kende Harald Anton Schumacher als Harald Anton, iedereen als Toni. Of je het nu met een i of met een y schrijft, sedert die bewuste dag in 1982 moet een Duitser met die naam net iets meer zijn best doen dan gelijk welke andere mof om in mijn gratie te vallen. Een paar jaar later, op vakantie met mijn ouders in Tunesië, weigerde ik zelfs om met een Duitse jongen met die naam te spelen en bracht ik de meeste tijd door met een Frans meisje dat Patricia – toeval bestaat niet – heette. Het was dan ook even slikken toen mijn oog in 2006 op de uitslag van het Duits Kampioenschap tijdrijden voor beloften viel: 1. Tony Martin 2. Dominik Roels 3. Nikolai Schwarz. Het zou toch niet waar zijn. Der Tony had Roels in Klingenthal op ruim een minuut gezet en werd door de volgers een gouden toekomst toegedicht. Ik hoopte stiekem dat die er niet zou komen, maar zie ondertussen in dat het ijdele hoop betreft. Tony Martin is wereldtop. In het tijdrijden zelfs de enige die in de buurt van Fabian Cancellara komt. Bovendien verdedigt hij zich als 25-jarige uitstekend bergop. Klassementsrenner van de nieuwe generatie. Al moet hij dat in een grote ronde nog altijd bewijzen. Parijs-Nice is een begin. Een prijs voor esthetiek zit er voor Tony Martin niet in. Zijn stijl is een aanfluiting van de hedendaagse trainingstechnieken. Waar moderne trainers de koffiemolen prediken, rijdt Martin met een verzet dat zijn pezen kapot dreigt te rukken. Bouwvakker op twee wielen. Als je hem een eerste keer bezig ziet lijkt hij helemaal niet vooruit te gaan. Eén brok inertie op een fiets gegooid, maar wel dodelijk efficiënt. Zijn hart klopt koninklijk, het bloed wordt met groot debiet door de krachtige spier gepompt, het lijkt op het hameren van een drilboor door een paar lagen gewapend beton. Martin fietst zoals het een echte Tony betaamt: onbehouwen, nietsontziend, met slijm aan de kin. Als iemand die de tegenstand geregeld tegen het asfalt plamuurt. Toni Schumacher was overigens een uitstekende doelman. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) SPORTMANSHIP - Sebastian Langeveld draaide aan de klink en liet van de gapende deuropening nog maar een kier over. Hij had de aankomststrook van de Omloop Het Nieuwsblad goed verkend en wist dat de asverschuiving er lag om te gebruiken. Een slechte verliezer – die een mooie zege op tien centimeter na ziet oplossen in de duisternis van het Sint-Pietersplein – zou na de aankomst als een brok hete lava naar de wedstrijdjury zijn gestormd. Niet Juan Antonio Flecha. True sportsmanship is voor hem een waarde. Flecha zette zich neer in onze mobiele studio, bekeek de sprint en protesteerde niet: ‘Goed gedaan van Sebastian. Deze dingen gebeuren. Een klacht indienen zou belachelijk zijn. Het was een heerlijke spurt.’ Zonder hautaine gebaren toegeven dat je op je waarde bent geklopt. Het is een daad die de filosofie van de sportbeleving reliëf geeft. Kleine symbolen met een grote impact. Ik wil ze mijn kinderen graag meegeven. Daarom heb ik een kleine databank met fragmenten uit de sportgeschiedenis aangelegd. Als de tijd er rijp voor is, krijgen ze er elke week eentje van te zien. Een tennismatch uit 1982 staat helemaal bovenaan. In de halve finale van Roland Garros stonden de Zweed Mats Wilander en de Argentijn José-luis Clerc tegenover mekaar. Bij 6-5 en 30-40 in de vierde set had Wilander een matchpunt. Clerc plantte een forehand in de buurt van de zijlijn en de lijnrechter zag de bal uit: ‘Game, set and match Wilander’, blies umpire Jacques Dorfmann zacht door zijn microfoon. Hij klom uit zijn stoel en Clerc repte zich naar het net om te protesteren. Eventjes maar, want Wilander kwam met Dorfmann overleggen. Die checkte het merkteken niet, klom terug in zijn stoel en sprak legendarische woorden: ‘Op vraag van meneer Wilander wordt het punt herspeeld.’ De Zweed had op dat moment nog nooit de finale van een Grand Slamtornooi bereikt, maar bleef zelfs op één van de belangrijkste momenten van zijn carrière trouw aan zijn gelofte van true sportsmanship. Hij zou de match en twee dagen later het tornooi winnen. Flecha komt in de beeldbank naast slecht-weer-coureur Bobbie Traksel. Vorig jaar winnaar van de meest barre editie van Kuurne-Brussel-Kuurne. Zijn geluk na de aankomst – de knuffels met Christa en de drie maanden oude Maud – heeft een vast plek in mijn geheugen. Net als zijn eerste reactie: ‘Ik deed het voor dat pluchen ezeltje op het podium. Ze geven het toch nog?’ Zijn drijfveer was geen ezeltje dat geld schijt, maar een pluchen exemplaar. Ook dat is sportsmanship. Daarom mag hij vanmiddag nog eens. Ook al moet ik er een hele dag kou voor lijden op de motor. Go Bobbie! (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) LIEVE PAP - Ik vond de Nederlandse wielrenner Robert Gesink tijdens die zomerse sterrennacht in de Pyreneeën maar een lul. We wilden hem graag bij Lieven Van Gils aan tafel, voor een babbel en een handtekening. Het officiële verzoek was na de rit bij de woordvoerder van de Nederlandse bank ingediend, maar werd – tot onze verbazing – afgewezen. Door Robert zelf. Geen zin. Hij was op zoek naar fysiek en mentaal herstel. Een keuze waar hij recht op had, maar daar ga je in je eigen egocentrische en bekrompen universum van een Tourtalkshow aan voorbij. Toen ik me tussen Pau en Bordeaux neervlijde op de achterbank van de camper schaamde ik me voor mijn aanstellerige reactie. Gesink is geen eikel. Wielrenners zijn er om wielerliefhebbers te masseren, niet om journalisten te behagen. Robert Gesink gaat vandaag de Ronde van Oman winnen. En dan? Daar kleur je (voorlopig nog) geen erelijst mee, maar als vorm en inhoud symbiotisch samengaan snakken prestaties naar vermeldingen. Gesink won de rit met aankomst bergop met 47 seconden voorsprong op de tweede en domineerde gisteren een tijdrit(!) van 18 kilometer waarin hij Fabian Cancellara op 27 seconden zette. Het inspireerde de Zwitser tot deze tweet: ‘Felicitaties aan Robert Gesink. Hij toont zijn groot hart en wint voor zijn overleden vader!’ De Varsseveldenaar had vrijdag zelf al een bericht gepost: ‘Lieve pap, deze is voor jou!’ Wielrennen is zijn leven en sinds de tiende oktober van vorig jaar ook een vorm van escapisme. Toen viel zijn vader met de mountainbike. Dick Gesink overleed dertien dagen later. De fiets geeft Robert Gesink straks het statuut van schatrijke Nederlander maar diezelfde fiets ontnam hem vier maanden geleden wat onbetaalbaar is. De ironie van het leven: geven en nemen. Hoe hard ook. De renner Gesink is de antipode van Joop, zaaier van energie, minimaal in het profitariaat. Daar heb je in het peloton anderen voor. Zoals Cadel Evans die in 2008 op de Mont Ventoux schaamteloos een spurt uit zijn verwrongen ledematen perste om Gesink te kloppen nadat die de hele klim het tempo had aangegeven. Dat is zijn sterkte: de trance van het ritme. We hebben Gesink al een paar keer zien klimmen als had hij vleugels, onmiddellijk en moeiteloos uitklapbaar. Dan maken zijn ooievaarspootjes omwentelingen waarvan je de frekwentie niet kan bijhouden. De unie van deze kwaliteit en een goede tijdrit maken van hem een podiumkandidaat (en misschien meer) voor de Tour. Maar Oman is Frankrijk niet. Robert kan ook té vroeg té goed zijn. Ik hoop van niet. Dan wint hij ook nog een paar keer voor mams .(Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) BARCELONA - 'Ik ga voor mijn derde wereldtitel’, zei het jongetje dat dit jaar nog geen veldrit had gewonnen. Onnozele duif was mijn eerste reactie. Bart Wellens bracht ons met zijn uitspraak aan het lachen. Niet feller dan Nathalie Meskens – omdat dat onmogelijk is – maar toch fors. Wellens is onderweg blijkbaar het referentiekader kwijtgespeeld. Sinds het Belgisch Kampioenschap van 2007 heeft hij geen wereldbeker- of superprestigecross meer gewonnen. Waarop baseert hij zich dan om een favorietenrol op te eisen? Is het dat wat Hans Van Kasteren bedoelt met publicitair interessant zijn? Uitspraken doen die geen steek houden om krantenkoppen te halen en een contract te honoreren. Geef ons dan toch maar Kevin Pauwels. Naast centen bestaat er ook iets als eer. Wellens weet deksels goed dat hij geen kans maakt op een derde wereldtitel, maar het verhaal van de ideale ploegmaat ophangen lukt niet meer. Zijn teamgenoten Pauwels en Stybar rijden straks in een andere koerstrui rond. Bovendien heeft niemand ooit in een crossploeg van nationale eenheid geloofd. Daar heb je de Walen niet eens voor nodig. Vlamingen in het veld huldigen maar één credo: chacun pour soi et Dieu pour tous. Moeten we Bart Wellens dé trui nog gunnen? Is zo’n kampioenschap er niet om iemand te belonen die zich in de loop van het jaar heeft laten opmerken? Dat heeft Bart niet gedaan. We kunnen het ons dan ook niet voorstellen dat zijn spieren nog één keer zo mals en elastisch zullen aanvoelen dat de concurrentie niet in staat zal zijn hem te volgen. Ook al is hij uit de broek geschud om vechtend af te zien; het grote crossvuur heeft zijn frisse en opmerkzame oogjes al een hele tijd geleden verlaten. Toch blijft zijn verdienste in de ontwikkeling van deze sport groot. Bartje hartendiefje – zoon van Lucien en Wiske – lokte door zijn spontaneïteit jong en oud naar het veld, cultiveerde Kempisch tot standaardtaal, deed meisjeshartjes sneller kloppen, gaf openlijk toe dat hij en zijn moeder in Tabor met hun blote lichamen tegen mekaar aanschurkten om onderkoelingsverschijnselen te lijf te gaan en zette duif terug op het menu van het Vlaamse gezin. Als Bart er in slaagt om voor de derde keer wereldkampioen te worden, bieden we hem na de aankomst ons naakte lichaam aan om de kou te bestrijden. Weinig risico dat we uit de kleren moeten. Bart Wellens voor een derde keer wereldkampioen? Het kan enkel en alleen als mama Wiske een koppel Barcelonawinnaars op de kop heeft kunnen tikken en ze klaarmaakt zoals ze dat een jaar of acht geleden zo goed kon. Dan kan haar zoon misschien nog één keer vliegen zonder plat op de buik te landen. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) HERAKLES - Dinsdag 11 januari, 7 uur ’s ochtends. In hotel Barcelò Pueblo Park op het eiland Mallorca zoemt een achtertube monotoon bij elk contact met het vliegwiel van de rollenbank. Jurgen Van den Broeck bereidt zich, weg van de aandacht en zonder applaus, voor op de Ronde van Frankrijk die over 172 dagen van start gaat. In een hoek van de donkere kamer lipt Martine Tanghe op BVN het Journaal van 19 uur. In een cocon van eenzaamheid trapt Van den Broeck de zon boven de horizon van het eiland. Zonder de routine te verstoren registreert mijn cameraploeg de details van het tafereel. Zijn dampende rug, het malen van twee flinterdunne benen, de zweetdruppel aan zijn neus, de plas op de grond. De nuchtere training ter stimulatie van de vetverbranding is de pijnlijkste vorm van zelfkastijding. De vijfde van de voorbije Ronde van Frankrijk doet het vier keer per week heel plichtsbewust. Elke pedaalslag moet hem een fractie dichter bij zijn doel brengen, het podium in Parijs. En wie weet meer. ‘Kan Jurgen Van den Broeck – als alle puzzelstukjes in mekaar passen – de eerste Belgische Tourwinnaar na Lucien Van Impe worden?’, vroeg ik de avond ervoor aan Marc Sergeant, de manager van Omega Pharma-Lotto. ‘Dan moet ik daar ja op antwoorden’, zei die zonder aarzelen. Het zou de overtreffende trap van voldoening na ontzettend veel arbeid betekenen. Van den Broeck lijkt bezig met het elfde werk van Herakles. Maniakaal in de inspanning, doof voor de protesten van de vermoeidheid. In de hoop om straks op Alpe D’Huez het fatale schot te lossen, om daar de gouden appelen van de Hesperiden te roven. Twee uur na de rollensessie en een ontbijt later betrappen we hem alweer in de kelderverdieping. Naast de bankautomaat strekt hij zich uit op een fitnessmatje. Oefeningen voor de rompstabiliteit. De zoektocht naar dat halve procentje extra is eindeloos. Geprikkeld door de fantasie van het geheugen. De Tour van 2010 heeft de Morkhovenaar bruusk uit de anonimiteit gerukt en een zelfbewustzijn geschopt. Het kan. Hij weet het nu zeker. Nog altijd op die elfde januari vertrekt Jurgen Van den Broeck voor de middag voor een training van vijf uur en twintig minuten, waarvan ruim twee uur klimwerk. De beloningen? Een broodje van dertig centimeter met sla, tomaten en magere ham, een massage en heel misschien glorie in juli. Deze dag is er één als alle andere. Nog 171 dagen met de focus op de pijn voor we naar Noirmoutier mogen voor de Tourstart. Aan zij die wielrennen graag herleiden tot het zinderende effect van een pilletje. Het is veel meer dan dat. Niets mooier dan het keurgild der gekromde ruggen. Dat het maar snel juli is. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) SLIEPUIT - Ierland gaf ons veel. Samuel Beckett, Oscar Wilde, Sean Kelly,The Pogues en U2. Helaas ook Pat McQuaid. Sinds zijn aantreden is de Internationale Wielerunie nog meer dan onder het bewind van zijn voorganger Hein Verbruggen – wat niet gemakkelijk is – het voorwerp van controverse en hoongelach. ‘Als Iljo Keisse start in de Zesdaagse van Rotterdam zullen de commissarissen hem compleet negeren. De namen van Keisse en zijn ploegmaat zullen niet op de startlijst en het eindklassement terug te vinden zijn.’ In Aigle had een dwaas er niet beter op gevonden zijn perswoordvoerder deze tekst te laten uittikken, te vertalen en de wereld in te sturen. Die randdebiel bleek dan ook nog eens de voorzitter van de UCI te zijn, Pat McQuaid. De grond van de zaak doet zelfs niet meer terzake als je dit soort berichten uit je mailbox vist. Enkel de sliepuit ontbreekt. Kinderachtig geneuzel. Een speelplaatsoorlogje tussen een would-be Napoleon en een tinnen soldaatje. Beseft McQuaid dan echt niet dat hij dit gevecht op deze manier niet kan winnen? Hij maakt van Keisse een martelaar. Als hij en De Ketele er zouden in slagen (uiteraard wordt het klassement door de echte wielerliefhebber wel bijgehouden) de Rotterdamse Six te winnen, wordt Iljo Keisse dinsdagavond als een moderne keizer Ahoy uitgedragen. Wat is de drijfveer van McQuaid om het recht op verdediging van Iljo Keisse straal te negeren? Misschien past het wel binnen het kader van de eigen geïnstalleerde ethiek. Zij die van Lance Armstrong en zijn managementsbureau CSE ooit ruim 100.000 euro aanvaardden om in de strijd tegen doping te besteden, zij die er niet om verlegen zitten om Floyd Landis zonder bewijzen een leugenaar te noemen, zij die bang zijn om een duidelijk standpunt in te nemen in de fijne vleeswarenzaak die Alberto Contador omhult, diezelfde mensen gaan nu het Belgisch en bij uitbreiding Europees recht eens tackelen. Huichelaars vastgeroest in de eigen subjectieve waarneming. Je vraagt je op de duur af of het instituut in Zwitserland het wel goed meent met zijn eigen product, het wielrennen. De UCI krijgt geen lijn in zijn beleidsvisie, bekvecht met organisatoren, blijkt kreupel in zijn communicatie en slaagt er niet in om – als het in Aigle zelf eens een veldrit organiseert – op het podium het juiste volkslied te laten weerklinken. Pat McQuaid blijft ondertussen onverstoorbaar in zijn dwaze act. Introspectie is er niet. Tegenspraak wordt niet geduld. Een column als deze zou al genoeg kunnen zijn om mijn accreditatie voor het wereldkampioenschap veldrijden in Sankt-Wendel in te trekken. So what? Dan maken we er zelf één onder de noemer van l’Union Caricaturale Internationale. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) FLASHBACK - Vanmiddag wordt in Zolder de zesde wereldbekerveldrit van het seizoen gereden. Sinds januari 2002 hangt aan Zolder niet langer de connotatie van brullende bolides, maar van een episch wereldkampioenschap veldrijden. Mario De Clercq zou er voor de derde keer de regenboogtrui opeisen. De Clercq, op dat moment 36 jaar en de schrik van de nieuwe generatie. Net als in de rest van zijn carrière zou hij in Zolder het verschil maken door zich tussen de oren van zijn tegenstanders te nestelen. Wat De Clercq aan klasse ontbrak compenseerde hij door het installeren van een mentale guerilla in de microkosmos van de cross. Ondermeer daarmee maakte hij het verschil.
Legendarisch is het verhaal over het
wereldkampioenschap van 2003 in Monopoli. Toen zorgde De Clercq ervoor
dat Sven Nys en Bart Wellens ter ore kwam dat hij Roger Hammond, zijn
Britse ploegmaat bij Palmans, had ingehuurd om ze in het decor te
fietsen.
Nys kroop van de schrik onder zijn
donsdeken in het hotel van de Belgische
ploeg, Wellens pakte De Clercq bij de kraag van zijn trainingspak en plakte hem tegen de muur van de hotelgang. Het WK moest toen nog worden gereden, de gedachte van een Belgische ploeg was niet meer dan een illusie. Wellens, iets beter bestand tegen immanente onrechtvaardigheid dan Nys, werd wereldkampioen. In Zolder een jaar eerder was het Mario De Clercq wel nog gelukt. Met zijn teamgenoot Tom Van Noppen als toyboy-met-dienst. Die laatste zou er, indien De Clercq het ploegenspel had gespeeld, altijd wereldkampioen zijn geworden. Maar hij mocht niet. Daarvoor was de drang naar een derde wereldtitel begrijpelijk te groot. Van Noppen moest als ontmijner het wapenarsenaal van Sven Nys onschadelijk maken en stelde zich tevreden met zilver. Nys werd derde. Met de winnaar en de runner-up van het WK in Zolder verging het de jaren die daarop volgden minder goed. Dope en drugs, maar ondertussen wel gerehabiliteerd op een ander niveau. Mario De Clercq als ploegleider, Tom Van Noppen als bijna-winnaar van het regelmatigheidscriterium De Moedige Veldrijder voor B-crossers. Tja. Je kan alleen maar vaststellen dat straks, negen jaar later, in Sankt-Wendel Sven Nys alweer bij de favorieten voor de wereldtitel wordt gerekend. Buiging. WINTERKONINKJE - ‘Altijd die flamboyante Hollander genoemd te worden. Altijd jezelf moeten verdedigen. Altijd zelf het initiatief moeten nemen. Altijd de wind van voren krijgen. Altijd gezegd worden dat je er wel dik aan zal verdienen. Ik heb er niet langer zin in.’ Hans Van Kasteren had voor zichzelf deze week een residentieel afscheid in het huishotel in Lichtaart voorzien. Wat een feestje moest voorstellen werd een zielig en melodramatisch rondje zelfbluf en –beklag. De gebroken schelp op zijn hoofd glom in het licht van de schijnwerpers. Calimero Van Kasteren hip hip hoi. Ik zag Stybar op de eerste rij denken: ‘Hans, wat een dikke lul ben jij toch af en toe!’ De wereldkampioen in een sport als veldrijden is immers verplicht om in het Vlaams te denken.
Wie zichzelf roemt als de grote Verlichter
– hoe groot zijn verdienste in het vermarkten van het veldrijden ook mag
zijn – schrikt toch niet als hij op de korrel wordt genomen. Wie van
zichzelf denkt dat hij de winterkoning van de afgelopen tien jaar is,
deinst toch niet terug voor een beetje modder. En al helemaal niet als je een afscheid aankondigt dat er geen is. Tenzij vaarwel zeggen vanaf nu synoniem staat voor het aanpassen van de bestaande structuren. Een nieuwe BVBA oprichten, de juiste pionnen op het bord plaatsen en achter de schermen nog altijd dominant denken en dirigeren. Daar zal het op neerkomen. Als hij het niet voor de centen, maar voor de jongens doet zoals hij altijd beweert. Waarom dan zo moeilijk doen over een overstap van Stybar naar QuickStep? Dat is wat de wereldkampioen zelf wil. Of is de Tsjech niet één van de jongens? Eigenlijk kon ik de directe stijl van Van Kasteren vroeger wel smaken. Ook zijn competentie was altijd meetbaar en observeerbaar. Maar de verdwijntruc van dinsdag had voor mij niet gemoeten. Misplaatste grandeur, een voorgeprogrammeerde schreeuw om aandacht. Waardigheid en ijdeltuiterij, het blijft een moeilijke relatie. Ik ben bereid de schertsvertoning– alleen de reclameblokken ontbraken – te vergeten als Hans Van Kasteren een Spaans paspoort aanvraagt, zich gaat toeleggen op golfen en zijn decoder van TV Vlaanderen buiten gebruik stelt. Maar dat kan hij niet. Daarvoor zijn zijn hang naar de cyclocross en zijn ego te groot. En wie zou er voortaan ruzie moeten maken met Jurgen Mettepenningen? Erwin Vervecken toch niet? VLAMING OF WAAL - Als de huiskamer naar verbrande beuk of eik begint te ruiken is er een zekerheid. De lijstjes, de verkiezingen, de discussies komen eraan. Het gala van de Flandrien bijt vanavond de spits af. Terwijl velen er zomaar vanuit gaan dat Philippe Gilbert zichzelf zal opvolgen, is dat lang niet zeker. Voor het eerst sinds lang is deze verkiezing de polarisatie van twee stijlen. De eendagsrenner neemt het op tegen de rondecoureur. Philippe Gilbert tegen Jurgen Van den Broeck. De Waal tegen de Vlaming. Allebei uit dezelfde stal. Dat wel.
Wat weegt zwaarder?
Een overwinning in de Amstel Gold Race en een paar Vueltaritten, of een
vijfde plaats in de Ronde van Frankrijk, het grootste wielerevenement
ter wereld. Laat ons eerlijk zijn. De Ronde van Spanje is die van
Frankrijk niet, de Amstel Gold Race met voorsprong de klassieker met de
minste uitstraling. Een wedstrijd in de periferie van het grote werk. Amstel Gold Race klinkt te veel als Leffe Classic, Duvel Pijl of Jupiler League. Topniveau kun je dat bezwaarlijk noemen. Nog ten gunste van Van den Broeck spreekt de jongste decennia ontbrekende traditie van een Belg in de top 10 van het imposante midzomerfestival dat zich ook wel eens Tour de France laat noemen. VDB heeft een wielervolk tijdens het zomerreces uit slaapstand gejaagd. Philippe Gilbert kan vanmiddag het pleit in zijn voordeel beslechten. Net als in de Ronde van Piemonte ook in Lombardije dubbelen zou voldoende moeten zijn om de sportman van vorig jaar ook in 2010 zijn eerste trofee van erkenning te bezorgen. Van den Broeck start zelfs niet in de Ronde van Lombardije. Hij meldde zich in extremis af. Winnen zou nochtans wel nog eens mogen. Zijn laatste overwinning (criteriums buiten beschouwing gelaten) die ik me voor de geest kan halen, is Zellik-Galmaarden van een jaar of zeven geleden. Laat ons het lijstje van Gilbert in 2010 toch wat detailleren: winst in de Amstel, een etappe in de Ronde van België, twee Vueltaritten en de Ronde van Piemonte. Tweede op het BK, derde in Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik, zesde in de Waalse Pijl en negende in Milaan-San Remo. Impressionant. Marc Coucke pronkt vanavond als een pauw. Dat is zeker. Omega Pharma-Lotto heeft QuickStep naar plaats twee in het Belgische wielerbestel verdreven. Ik kan me onmogelijk voorstellen dat de renners – zij kiezen tenslotte zelf hun Flandrien – de twee Belgische titels van Stijn Devolder of de tweede plaatsen van Tom Boonen in Milaan-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen boven de prestaties van Gilbert of Van den Broeck zullen plaatsen. BODEMLOOS - Een spurter met inhoud hadden we nodig om in Australië een wereldkampioen te kunnen leveren. Bij de beloften mochten ze (Michael Van Staeyen en Jens Keukeleire) niet mee van de bondscoach (maar die discussie gaan we niet opnieuw voeren), bij de profs kon hij (Tom Boonen) niet mee door een operatie aan de knie. Dus ging de wereldtitel naar een Noor, Thor (spreek uit Toer) Hushovd. Sinds hij de omloop in Geelong had gezien, huisden wilde dieren in zijn ogen. Elke helling op het parcours zou een offer zijn dat zich zou uitbetalen in een lange strook recuperatie, de laatste klim zelfs een dankoffer dat aan waarde zou winnen naarmate het meer van de spurters vergde. Overleven betekende dat zijn snelle vezels hem richting wereldtitel konden loodsen. Meer was er niet nodig om zijn tonus op scherp te zetten. Hij won.
Ik zag Thor Hushovd een eerste keer in
levende
lijve aan
het werk in
1998. Toen
werd hij in
Valkenburg
wereldkampioen
tijdrijden
bij de
beloften.
Het was mijn
eerste WK
voor de VRT.
Ik herinner
me dat de
beschrijvingen
van het
Noorse
fenomeen
toen al van
woordlyriek
dropen:
oerkracht,
extreem
sterke
schepping
van de
natuur, uit
de broek
geschud om
strijdend af
te zien.
Valkenburg
was het
voorspel op
een
uitgebreid
oeuvre. Wat
daar telkens
bij opvalt,
is de
bodemloosheid
van de
inspanning.
Als het moet
valt Hushovd
aan in de
cols om zijn
puntenklassement
te
verstevigen.
Als het niet
anders kan
rijdt hij
zelf
kilometers
op kop in
een
ontsnapping
om
achtervolgers
af te
houden.
Zoals
afgelopen
zomer in de
Tourrit naar
Wallers.
Hushovd put
daarbij
steeds uit
een
onuitputtelijk
lijkende
energievoorraad.
De aard van
het beest.
Zo gul als
hij is in de
inspanning
op de fiets,
zo extreem
is Thor
Hushovd in
het feest.
Zijn
Scandinavische
roots worden
daarbij
zelden
verloochend.
Noren,
Zweden,
Denen:
volkeren van
het grote
debiet. In
2006 werd
hij een dag
na de Ronde
van
Frankrijk in
België
verwacht
voor een
criterium.
Thor lag
uitgeteld in
een Parijse
hotelkamer.
Werkonbekwaam
na een nacht
comazuipen.
Vorig jaar,
toen hij
zich voor de
tweede keer
de groene
trui had
toegeëigend,
reed en won
hij het
criterium
van
Diksmuide.
De nacht
bracht hij
samen met
Heinrich
Haussler en
Brett
Lancaster
door in café
Sint-Christoffel
in Ieper.
Clublokaal
van de
Thorfriends,
zijn
Belgische
fanclub.
Hijsen op
Vlaamse
schlagermuziek.
Geen Carré
of La Rocca,
maar de
verschraalde
bierlucht en
nicotinegeur
van het
dorpscafé.
Ondergedompeld
in het
gewone volk.
Zoals hij
het het
liefst
heeft. De
zon had de
dag al lang
gekust toen
ze voor een
paar uren
slaap in een
Iepers bed
sukkelden.
Hun
lijnvlucht
naar
Denemarken
waar ze ‘s
avonds
opnieuw een
criterium
moesten
rijden
haalden ze
niet. Toen
Haussler en
Lancaster
over hun
toeren
geraakten,
bracht
Hushovd
rust. Hij
boekte een
privéjet,
droeg alle
kosten (want
ze hadden al
zoveel voor
hem gedaan)
en samen
lachten ze
nieuwe
prikkels
tegemoet.
Genereus in
de actie,
kwistig aan
de toog,
toonbeeld
van eenvoud
en
dankbaarheid. ANTIEK - Ineengekrompen sluipt ze door de gangen van het hotel. Met een door de ruige noordenwind verweerd gezicht, de antieke rug gekromd. Oude heks. Volledig in zichzelf gekeerd. In haar vrije tijd roert ze zonder twijfel onophoudelijk in een grote ketel, brouwt ze heksendrankjes van kruiden die ze plukt op Alpenweiden in de buurt van Grenoble. De fantasie slaat op hol bij het observeren van Jeannie Longo. De meest succesvolle wielrenster allertijden, al was het maar door de lengte van haar carrière. Op 31 oktober wordt ze 52 jaar.
Woensdag zorgde ze
opnieuw voor een golf van ongeloof op de commentaartribune toen ze een
tijdlang met de beste tijd achter haar naam stond om uiteindelijk vijfde
te worden in het WK tijdrijden. Ik keek rechts van me. Daar zat Mart
Smeets. Hij glimlachte. Kreupel – met een rug als artefact – zit ze op
een fiets, pedaleren doet ze efficiënt.
Haar erelijst weegt
ondertussen twee keer zo zwaar als die
van Eddy Merckx, ook al gaat de
vergelijking moeilijk op. Maar toch.
1124 overwinningen, 38 wereldrecords, 30
medailles op wereldkampioenschappen en
Olympische Spelen, 57 Franse titels,
werelduurrecordhoudster,… chevalier en
officier in het Légion d’Honneur.
Ze heeft op een
fiets al meer pijn geleden dan een
normaal mens kan verdragen. Haar rimpels
zijn als aerodynamische groeven diep in
haar gezicht getrokken. Elk jaar denken
we dat we het staartje van de gekte
meenemen. Maar zo gaat het elke keer
opnieuw, al tien jaar lang. En telkens
staat ze aan de start én presteert ze.
Vijfde in de tijdrit en deze ochtend
is/was (afhankelijk van wanneer u dit
leest) ze opnieuw te zien. Met een
occasionele aanval of door twee meter
achter de rest te peddelen, want na
dertig jaar heeft ze nog altijd schrik
om in een peloton te rijden. Een
metaforisch beeld. Wereldvreemd,
mensenschuw, een tikkeltje autistisch,
maar bovenal passioneel met wielrennen
begaan. Zij en haar fiets. Woensdagavond
zaten we op het perscontact met de
Belgische ploeg aan tafel met de vijf
vrouwen die ons land vandaag
vertegenwoordig(d)en, de jongste Sofie
De Vuyst (23 jaar), de oudste Liesbet De
Vocht (31 jaar). Samen amper ouder dan
Jeannie Longo. Toen het over haar ging,
keken ze naar mekaar. Bewondering? Nee,
die hadden ze niet. Daarvoor had Longo
volgens hen te weinig menselijke
kantjes. De koffer met ervaringen blijft
altijd en voor iedereen gesloten. Tips
zijn er nooit, een paar woorden kunnen
er niet vanaf. Jaloezie als minder
fraaie emotie – ze worden tenslotte af
en toe nog eens belachelijk gemaakt door
een net niet bejaarde oudmodische
concurrente – of de nuchtere analyse van
het fenomeen Longo? Een beetje van
beiden. HALSZAAK VOOR TIEN NULLEN NA DE KOMMA -
Alberto Contador testte op woensdag 21
juli, op de tweede rustdag in De Ronde
van Frankrijk, positief. In zijn urine
zijn picowaarden van het vooral bij
dieren gebruikte product clenbuterol
gevonden: 0.00000000005 gr/ml. En nu?
Het startschot van een oeverloze
discussie is gegeven.
Ik was aan het genieten van de Australische ochtendzon toen in mijn broekzak mijn gsm aan het trillen ging. Aan de andere kant van de lijn hing een ontdane Andre Meganck, onze onmisbare informant bij elke wielerwedstrijd: ‘Het nieuws al gehoord? Contador is in de Tour betrapt op het gebruik van clenbuterol!’ Het is niet dat ik nog schrik van een positieve plas in de sport. Maar Contador én in de Tour én op clenbuterol. ‘Kan dit waar zijn?‘, was mijn eerste reactie. Is zijn entourage achterlijk of zijn dokter helemaal gek geworden? Hebben ze tijdens de Ronde van Frankrijk het risico genomen om het makkelijk opspoorbare clenbuterol toe te dienen, een product waarvan de halfwaardetijd 36 uren bedraagt? De ene vraag voedde de andere. Heeft het maskeermiddel zijn doel gemist? Hebben ze zich van dosis vergist? Wordt er in Texas – ten huize Lance Armstrong – nu heel erg hard gelachen?
Na de
vragen kwam de Hineininterpretierung.
Een dag na de rustdag wachtte in de Tour
het als episch aangekondigde gevecht
tussen Alberto Contador en Andy Schleck
op de flanken van de Tourmalet. De
Spanjaard reageerde fluks op elke aanval
van de Luxemburger, vinniger dan zijn
vertoningen de dagen voor de rustdag
hadden doen vermoeden. Het liet hem toe
compromissen te sluiten. Met Andy
Schleck (hij de ritzege) en met het
spektakel (een geneutraliseerde en saaie
koers in de slotkilometers). Had hij dan
toch bijgetankt op de rustdag uit angst
om een derde Tourzege te zien
ontglippen? Negenendertig seconden is
tenslotte geen eeuwigheid. Als de eerste
emoties weg zijn probeer je de
rationaliteit de bovenhand te laten
nemen. Toen bovenstaande vragen door
mijn hoofd flitsten kende ik de in zijn
urine gedetecteerde waarde niet
(0.0000000000 – tien nullen na de komma
– 5 gr/ml) en had ik de uitleg over de
vervuilde steak nog niet gehoord. Puur
technisch en wetenschappelijk kan het.
Er zijn precedenten. Maar de
ongeloofwaardigheid van verhaal wordt
helaas gevoed door het onuitputtelijke
gamma aan excuses van dopingzondaars in
het verleden. Was het niet voor de hond
dan wel ter bevordering van de
vruchtbaarheid van de vriendin. Er waren
de testosteronwhisky en de caramellen
met cocaïne van een oude tante in
Colombia. Toen de Tjechische
tennisspeler Petr Korda op de Australian
Open van 1998 positief plaste op
nandrolon verwees hij ook al naar het
rundsvlees dat hij daags voordien had
gegeten. Alleen waren zijn waarden van
die aard dat hij op één dag al veertig
kalveren had moeten verorberen om ze te
laten optekenen. Wat heeft de Spaanse (ex-)Tourwinnaar van 2010 op zo’n rustdag allemaal achterover geslagen? We vermoeden een stevig ontbijt met wit brood, muesli met vers of gedroogd fruit, misschien wel pannenkoeken met stroop, rijpe bananen. ’s Middags pasta met tomatensaus en vis. ’s Avonds opnieuw deegwaren of rijst, sla en een stevig stuk vlees. Daarna ongetwijfeld nog rijstpap. En tussendoor wat voedingssupplementen. Aan het feit dat hij een stevige steak heeft gegeten moeten we niet twijfelen. Het hoort bij de routine. Het procédé van de carbo-loading (het opslaan van glycogeen in de spieren) maakt deel uit van de zorgvuldig uitgewerkte doctrine van het topsportersleven. Daar zorgen de pasta en de rijst voor. Het vlees en de vis voorzien het afgetrainde lichaam dan weer van de nodige eiwitten. Ook al
gaat het om een picowaarde. De minieme
hoeveelheid clenbuterol is gedetecteerd
en zou volgens Contador enkel via de
steak in zijn urine kunnen zijn beland.
Het kan. Clenbuterol is een middel dat
in de dierengeneeskunde gebruikt wordt.
Vooral voor paarden met ernstige
ademhalingsproblemen. Zelden wordt het
aan mensen voorgeschreven. Alleen in
acute noodsituaties, als er geen andere
oplossing is. In sommige landen mag het
zelfs helemaal niet. In het illegale
circuit staat clenbuterol dan weer
bekend als groeibevorderaar bij
runderen. Door voedselagentschappen
wordt het als een gevaarlijke en
onduldbare contaminant beschouwd. De
controles zijn dan ook navenant, maar
kunnen niet uitsluiten dat af en toe
behandelde dieren in de voedselketen
belanden. Als dopingmiddel wordt
clenbuterol gebruikt om de luchtwegen
open te zetten, spieren te kweken en
sneller vet te verbranden. Kennis die
ons evenwel geen stap dichter bij de
waarheid brengt. De vragen blijven. Was
het de steak of heeft El Pistolero in
zijn eigen voet geschoten? Op het moment dat het hier in Australië stilaan tijd is om het licht uit de doen vliegen er nog twee twitterberichten van Andy Schleck binnen: ‘Wat een gekke dag voor het wielrennen. Ik verneem het nieuws over Contador via de media. Ik hoop dat hij onschuldig is. Hij verdient minstens de kans om zich te verdedigen.’ Dat moet inderdaad het uitgangspunt zijn. Verdediging is een basisrecht. Maar schuldig of niet. Er zal meer nodig zijn dan een potje gejank voor een dertigtal microfoons om de gecontamineerde reputatie van de boy wonder van de nieuwe generatie te herstellen. De erfelijke belasting van een volkssport als wielrennen speelt daarbij niet in het voordeel van zijn verdediging. Koers verdient geen aparte status in het negatieve, maar de geprefabriceerde publieke opinie nog omgooien wordt een moeilijke, quasi onmogelijke opdracht. We vermoeden dat Alberto Contador nu al opnieuw verlangt naar de vleespotten van Egypte. (Karl Vannieuwkerke - http://vannieuwkerke.wordpress.com - http://twitter.com/vannieuwkerke.) PUSHBIKE - Vorig zaterdag ben ik in Sydney geland. Ik heb wat vakantiedagen opgenomen om goed geacclimatiseerd in Geelong (op 100 kilometer van Melbourne) aan te komen voor het WK wielrennen en wil van de gelegenheid gebruik maken om uit te vissen of het interessant is om een paar boeken over de wielrenners van Down Under te schrijven. Australië telt een dikke 21 miljoen inwoners, ongeveer 2,7 per vierkante kilometer. Een kosten-batenanalyse over een Australische wieleruitgave is logisch om een risicobelegging te vermijden.
O’Grady Parijs-Roubaix, Mc Ewen meer dan tien ritten in Giro en Tour,
Evans tweede in die Ronde van Frankrijk en wereldkampioen en veel
talent: Gerrans, Porte, Goss, Lancaster, Hansen,… Ze hebben ook nog hun
Tour Down Under en organiseren het wereldkampioenschap. Op papier is
Australië het nieuwe fietswalhalla. Na drie dagen heb ik hier mijn
eerste kangoeroe gezien, op dag vier – ondanks de vele fietspaden – voor
het eerst een man op een koersfiets. Ondertussen gaf de teller kilometer
956 aan. Na
zeven dagen ben ik nog altijd op zoek naar de eerste Aussie die mij kan
vertellen wie wereldkampioen wielrennen is. En dat is…een Australiër.
Eerlijk is eerlijk. Ik zit momenteel in Adelaïde, nog altijd zo’n
duizend kilometer van Geelong waar het WK plaatsvindt, maar hier is
Cadel Evans onbekend.
Woensdag sliep ik in Narrandera, in het weergaloze
Murrumbidgee Hotel. Vijftien Australische dollars (zo’n 11,25 euro) per
overnachting per persoon. Elektrische dekens om de vochtigheid te
bekampen inbegrepen. Heerlijke nacht gehad. Vooral omdat er in de bar
nog een verjaarsdagfeest voor de 22-jarige Brett, een lokale
wegenwerker, plaatsvond en de Victoria Bitter van het vat rijkelijk had
gevloeid. Aan de pooltafel leerde ik Matt kennen, dubbelganger van Mark
Cavendish, plus twintig kilogram. ‘Cavendish?’ Nooit van gehoord. ‘He
rides a bike? You mean a pushbike? Pushbiking is for sissies, not for
blokes’, wist hij nog te vertellen alvorens hij door de Belgen met 3-1
van de pooltafel werd geveegd omdat hij te zat was om de rode van de
gele ballen te onderscheiden. ‘To be honest, mate. The only pushbiker I’ve
ever heard about is Sean Eadie.’ Sean Eadie is een voormalige
kleuterleider die op de piste brons pakte in de Team Sprint op de
Olympische Spelen van Sydney. Hij geraakte vooral bekend omdat hij vier
jaar later werd vrijgesproken in een onverkwikkelijk dopingverhaal.
Vanuit San Diego werd een pakketje groeihormoon naar het thuisadres van
Eadie verstuurd, maar omdat er geen enkele link bestond met zijn
kredietkaart werd hij vrijgesproken. Voor de rest fietste Sean Edie rond
met een enorme – voor wielrenners onconventionele – baard wat hem de
bijnaam Captain Haddock opleverde. Op de vraag waarom hij zijn benen
schoor en niet zijn kin antwoordde hij: ‘Because it feels great in bed!’ | |
|
BEST VIEW INTERNET EXPLORER 9.0 - RESOLUTIE 1024x76 of 1028x1024 pixels. - Feitelijke vereniging - www.cyclingnews.nu & www.ladiescycling.nu. |